Tok Tok, Dwarrel Dwarrel
Tok Tok, Dwarrel Dwarrel
Een impressie van het toernooi te Balatonberény ’97 door Manuel Nepveu
Het had wel wat voeten in de aarde gehad, maar op 19 juni was het zover. Zes personen verlieten Zoetermeer in twee auto’s, richting Balatonmeer. Aldaar zou een toernooi gespeeld worden. In Balatonberény, het zoet in de oren klinkende Balatonberény. In een streek die door de oude Romeinen als Pannonia werd aangeduid. En de tocht erheen was lang, lang en leerzaam, leerzaam en huiveringwekkend. Luistert!
Na een dag doorrijden werd door ons reizigers overnacht in Oostenrijk in een buurt die zijns gelijke op het stuk van verlatenheid niet kent.
Vorderstodern en Hinterstodern zijn plaatsen die op een fatsoenlijke kaart van Oostenrijk als witte vlekken worden afgebeeld, maar wij hebben ze ontdekt voor de wereld. Wij reizigers, hebben met enige moeite uitgevonden dat deze plaatsjes vroeger volkomen anders heetten, namelijk Vorderstossen en Hinterstossen. Men praat in Oostenrijk uiterst ongaarne over deze gehuchten. Dat heeft een zuiver historische achtergrond, een pijnlijke achtergrond. Zoals zoveel in Oostenrijk.
Het zit ongeveer als volgt. Een immer alerte Groot-Inquisiteur kwam met zijn gevolg in de eerste helft van de veertiende eeuw toevallig tijdens zijn moordende rondgang door Oostenrijk bij het plaatsje Vorderstossen terecht. Hij besloot er te overnachten, eigenlijk alleen maar omdat slagregens hem op zijn reis naar het zondige Graz hadden overvallen. De Groot-Inquisiteur liet zich de gebraden kapoen in de gehuchtsherberg goed smaken en praatte met de herbergier over wat er al zo gaande was in de streek. Dat deed hij beroepshalve, want een Groot-Inquisiteur moet oprechte belangstelling hebben voor alles wat groeit en bloeit, teneinde het tijdig te kunnen vernietigen. De herbergier was een eenvoudig tiep dat nergens wat achterzocht. Hij praatte honderd uit en kwam, glunderend van lokaal-patriottisme, te spreken over de laatstgehouden wedstrijd rundfokken tussen de plaatsen Vorderstossen en Hinterstossen. Deze wedstrijd was regelementair gewonnen door de Vorderstossenaren, omdat na afloop van het spektakel bleek dat de dierenartsen de kontjes van de Hinterstossense koeien weer op orde moest brengen. Daar hadden zij namelijk veel te lijden gehad.
De Groot-Inquisiteur verslikte zich in een kapoenenbot, gooide zijn servet op tafel en ging onmiddellijk aan de slag. Twee dagen later werd de totale veestapel van Hinterstossen op de brandstapel gezet en met hen ieder die eigenaar van een Hinterstossense stier was. De vlammen verlichtten de omliggende bergen wel drie volle uren en volgens sommigen is het geloei van de runderen een enkele maal nog tijdens een storm te horen.
De plaatsnamen van de beide gehuchten werden vervolgens veranderd in Hinterstodern en Vorderstodern. Sindsdien lijden beide plaatsen een kommervol bestaan en tracht de Oostenrijkse VVV toeristen uit de buurt te houden. Slechts met de modernste snufjes als Internet kan men ontdekken dat deze plaatsen bestaan.
Toch hebben deze plaatsjes wel wat, want ze bleken op onze reis de geboorteplek van een uiterst nuttige wetenschappelijke theorie, die in alle stilte door ons grote licht werd ontworpen. Noordhoek, onder andere allergisch voor insectensprays, verzon een kriterium waarmee vastgesteld kan worden of een insect vermoord is dan wel op natuurlijke wijze de geest heeft gegeven.
Het Kriterium van Noordhoek:
Valt een dode, opgetilde insect met een ’tok’ dan is hij vermoord; valt hij ‘dwarrelend’ dan is hij een natuurlijke dood gestorven. Dit kriterium staat thans wel bekend als het “tok tok, dwarrel dwarrel”-theorema. In Hongarije hebben wij reizigers vaak de gelegenheid gehad vooral het “tok tok”- gedeelte toe te passen.
Na verblijf in de ‘stoderns’ trokken de wagens over tweebaanswegen naar Hongarije. Ook in Hongarije zelve ging alles tweebaans. Misschien nog aardig om op te merken dat het officiële kostuum van een Hongaarse grensbeambte is: gympen, trainingspak en een sigaret in het hoofd. Maar wellicht heeft waarnemer Broekman het niet helemaal begrepen.
Hongarije lijkt dicht bij de grens natuurlijk erg op Oostenrijk, maar wordt weldra groener en glooit lieflijker. De bergen houden zich er gedeisd. Iedereen op het platteland heeft er een vrijstaande villa met een smeedijzeren hek ervoor. De plaatsnamen in het Hongaars zijn zo lang dat je beter geen moeite doet ze te onthouden.
De uitspraak van het Hongaars lijkt wel wat op het Plat-Haags, want de naam van een stadje als Keszthely wordt door de bewoners steevast uitgesproken als Kusteej.
Naarmate wij reizigers het Balatonmeer naderden zagen wij steeds meer auto’s langs de kant van de weg staan met bordjes eraan “Zimmer frei” of zelfs “Haus frei”. In die auto’s zaten de eigenaars verveeld en landerig de krant te lezen, wachtend op die ene rijke, Duitse, toerist die zijn marken aan hun vakantiehuisje zou spenderen. Wij hadden stellig gewoon op de bonnefooi naar het Balatonmeer gekund.
Er stonden niet alleen auto’s langs de kant van de weg, maar hier en daar ook jongedames die geen auto bij zich hadden. Zij hadden geen bordjes bij zich en lazen niet verveeld de krant. Zij wachtten bij een bushalte of zomaar in het niets. Zij wachtten op Godot, als die tenminste wilde betalen. Soms hadden ze een walkman op. Wij zwaaiden af en toe vriendelijk en reden altijd door.
Op de dag voor ons toernooi zou beginnen maakten wij kennis met de organisator van het toernooi te Balatonberény, IM Janos Rigó. Snel waren wij het er over eens dat we gewis geen tweedehands-auto bij hem zouden kopen, maar hij was zeer zeker charmant en innemend. Aan zijn zijde was steeds een fladderige jongedame, zo’n twintig jaar jonger dan hij en op een gegeven moment ontspon zich tussen sommigen van ons een discussie over haar mogelijke beroep (en standplaats).
Laten wij ons thans richten op het toernooi. Eigenlijk moet ik zeggen dat er tegelijkertijd meerdere toernooien aan de gang waren. Er was zelfs een grootmeestertoernooi waar Gyula Sax aan meedeed. Hij, die in de zeventiger jaren nog met de groten had meegespeeld zat hier tussen gemiddelde of niet eens gemiddelde grootmeesters. Hij was klein van stuk en had een mager, afgetrokken koppie. Sic transit gloria mundi.
Er deden in een van de toernooien ook enige dames mee. “De benen met een rating van 2285” (copyright Bannink) behoorden toe aan WIM Monika Grabics en sommigen van ons vermoedden hardop dat zij haar partijen de avond voor de wedstrijd reeds besliste. Er liepen in en rond de toernooizaal redelijk wat vrouwen rond in fladderkledij en er was er zelfs één die zich iedere dag wel drie keer omkleedde. Hoezo dwangneurose ?
Wij reizigers uit Nederland speelden in de A-groep. Het was een gemoedelijk toernooi, met gemoedelijke, af en toe compleet onvindbare wedstrijdleiders, met gemoedelijke deelnemers (plus Noordhoek).
Zowel bij begin als eind van het toernooi bleek echter wel heel duidelijk dat het toernooi geen enkel cachet had. Met name de sluiting van het toernooi was sjofel en armzalig. In dat opzicht moesten wij toernooitijgers erkennen dat Velden wel even wat beter was geweest………
De Muur mag dan een tijdje om zijn, niet alles om het toernooi heen straalt de instelling van het kapitalisme uit. Om te beginnen werd gespeeld in een hotel/kazerne zoals die in het tijdperk voor De Muur overal in Oosteuropa werden gebouwd. Bij de ronden die op zondag vielen kon er bij ‘het luikje’ geen versnapering gekocht worden, want ‘het luikje’ was dicht. Verder merkte Luitjes dat er soms om vier uur, als de partijen nog maar twee uur aan de gang waren, al geen pils meer te krijgen was. De pilsvoorraad werd niet aangevuld……
Het analyseren van de partijen met de tegenstanders bleek vaak gewoon onmogelijk, want de Hongaren -in meerderheid onze tegenstanders in dit toernooi- konden vaak (lees: meestal) niet met Engels of Duits overweg, wij uiteraard niet met Hongaars.
Dit toernooi werd toch vooral het toernooi van Noordhoek. Hij kreeg negen internationale ratinghouders te verstouwen en behaalde een tpr van zo’n slordige 2240. Hij had ook nog wat staan van de Hoogovens. Resultaat: op de eerstkomende lijst staat hij zeker boven Bannink.
Het mag niet onvermeld blijven dat de enige keer dat de wedstrijdleiders iets extra’s te doen hadden een partij van hem betrof.
Zijn handschrift is zo belazerd dat we een keer een kwartier analyseerden op een stelling die nooit op zijn bord was verschenen: hij kon niet goed lezen wat hij had gespeeld en kon het zich ook niet goed herinneren……
Bannink viel op doordat hij bij de analyses achteraf zijn tactisch kunnen demonstreerde ‘just for the sake of it’ en opvallend recalcitrant was.
Hij speelde een heel mooie partij met ‘zijn’ Aangenomen Damegambiet tegen een heel beduusde en helaas ratingloze Duitser, maar kreeg een reuzekater te verwerken toen hij een IM in gewonnen stelling liet glippen en zelfs verloor. Met 51/2 punt presteerde hij -zoals het hem betaamt- het beste van ons toernooigangers.
Broekman speelde vooral een mooie partij in de slotronde en gaf een nederige, verhelderende verklaring voor zijn opvallende éénsporigheid. Dit naar aanleiding van een gemist, direct winnend dameoffer in een overigens positioneel gevecht (Bannink zag het meteen). Maar ook hij kan terugkijken op een beslist goed toernooi.
Grieken waren er niet bij dit toernooi, maar Uw dienaar werd ter compensatie irritant vaak geconfronteerd met Afruilfransozen (Wie heeft er gelekt !?!). Hij won één huizenhoog gewonnen stelling niet en een andere alleen via extra hulp van de tegenstander. Met een tpr van nog onder de 2100 kan en mag hij niet tevreden zijn.
Luitjes wisselde keurige prestaties af met iets minder keurige. Hij heeft kennelijk weer veel nagedacht over het wezen van Het Paard. Voor hem duurde het toernooi echter twee ronden te lang. Zijn nationale rating gaat desondanks omhoog en dat is terecht.
Eggink -het moet gezegd- was ingehuurd als het lelijke eendje van het toernooi, het lelijke eendje dat maar geen zwaan werd. Deze rol speelde hij met verve: hij overzag na de directe openingsfase gewoon te veel. In de laatste ronde bood hij zelfs remise aan in een gewonnen stelling, tot verbijstering van ons omstanders en tot zichtbare opluchting van zijn Oostenrijkse tegenstander.
Ik kan dit relaas niet afsluiten zonder te vermelden dat de Balatonstreek goed en goedkoop van eten en drinken is. Het was een aardig toernooi, maar ik ben benieuwd of onze boliden volgend jaar weer richting Balatonberény zullen scheuren…..
MN
