Twee Werelden

Twee Werelden  door Manuel Nepveu

Via onze website vernam ik dat Hamilcar Knops in Delft zijn proefschrift mocht verdedigen. Dat gebeurde op een tijdstip dat ik eigenlijk een ondernemingsraad-vergadering had, maar wat het zwaarst telt moet het zwaarst wegen. Dus op dinsdag 29 januari jl.: op naar Carthago!

Toen ik in de Senaatszaal zat, kreeg ik pas een eerste glimp te zien van het boekwerk dat Hamilcar ten overstaan van de commissie ging verdedigen. Voor het zover zou zijn had hij een half uur de tijd om het verenigde publiek te vertellen wat hij nu eigenlijk had gewrocht. Het aardige was dat de techniek bijna een irritante spelbreker was geworden, maar Hamilcar had nog net op tijd geluk.  Zijn voordracht was niet van humor gespeend en zelfs de bij Dokkum vermoorde Bonifatius werd ten tonele gevoerd. Hamilcar heeft het in zijn proefschrift over de FULDA-methode en Fulda is de plaats waar Bonifatius’ botten liggen.

Om stipt 12.30 u nam de verdediging een aanvang. In het Engels, want een Amerikaan en een Fransman zaten in de commissie. Ik had niet de indruk dat de verdediging slecht ging, maar wel vond ik Hamilcar iets minder levendig dan we gewend zijn. Er werden een paar vragen gesteld over de stellingen die bij het proefschrift horen en die vereisten even wat denkwerk. Dat is lastig als je voor een grote groep mensen staat… Bovendien werd een zo’n “nadenk-vraag” een keer gesteld in het Fringlish, waardoor niet meteen duidelijk werd wat de bedoeling eigenlijk was. Maar er waren ook serieuze vragen. Zij werden natuurlijk serieus beantwoord, zoals het hoort. Na afloop werd onze clubgenoot met een doctorsbul verblijd en deed de Delftse promotor (v) een boekje open over hoe Hamilcar overkwam. Voor velen zal dat helemaal niets nieuws opgeleverd hebben. Helaas ging zij net iets te lang door op het feit dat Hamilcar tijdens de verdediging een weinig “taken aback” was geweest. Ik vroeg mij ter plekke overigens wel af of juist dat misschien een “cum laude” in de weg heeft gestaan…

Maar laat ik nu iets over het proefschrift zelf zeggen. Na afloop konden de geïnteresseerden een boekje krijgen. Nou ja, boek JE… Het was een pil van bijna 600 pagina’s, een roman welhaast maar dan net iets anders… In “A Functional Legal Design for Reliable Electric Supply” beschrijft Hamilcar een ontwerpmethode om een juridisch ontwerp te maken dat geschikt is de juridische implicaties van de vrije electriciteitsmarkt te regelen. Het gaat daarbij om zaken als verantwoordelijkheden, zeggenschap, regulering en controlefuncties aangaande de technische functies. Als samenvatting is dit even voldoende, al zal de jonge doctor het hier wel faliekant mee oneens zijn.

De ontwerpmethode krijgt bij Hamilcar ruime aandacht. Nou, dat is zelfs een grof understatement. Hamilcar beschrijft de “FULDA”-methode in honderden bladzijden. En daar begon het bij mij te knagen. Hamilcar beschrijft zijn methode voor een wereld die bestaat uit juristen. Hijzelf woont tegenwoordig in deze wereld, maar hij kent ook die andere, die van de echte wetenschappers, van binnenuit. De methode die Hamilcar zo precies beschrijft is in die andere wereld gemeengoed.  De natuurkundige die een vergelijking moet oplossen gebruikt begincondities, randcondities en kiest zijn oplossing uit een universum van mogelijke oplossingen. Mocht hij qua oplossingsmethode ook nog eens ruime keus hebben, dan komen er argumenten om de hoek kijken die met efficiency e.d. te maken hebben. Over het algemeen is er in zijn wereld maar een oplossing en dat maakt de zaak eenvoudiger, niet principieel anders.

Nu is de complexiteit van de wereld die Hamilcar aan het recht wil onderwerpen groot en dus is het een uitstekend idee om de beschreven methode te hanteren zoals hij doet. Maar de methode is dus niet nieuw! Ik kreeg als gevolg daarvan bij lezing al snel het gevoel dat tot uitdrukking wordt gebracht in de Franse zegswijze: “tant de bruit pour une omelette!” of het Engelse “much ado about nothing!” Uiteindelijk gaat het bij deze methode om niets anders dan gestructureerd boerenverstand. Dat is alles. Tijdens de promotie was er ook geen enkele opponent die iets indringends over de methode wilde weten, als ik het me goed herinner. Dat is toch wel vreemd wanneer er iets ganselijk nieuws naar voren wordt geschoven. Zou men ingezien hebben dat Hamilcar “slechts” extreem grondig heeft beschreven wat alreeds goed gebruik is? (Dames en Heren, ik ga U de integraalrekening uitleggen. Ik begin bij de tafels van vermenigvuldiging…). Volgens Hamilcar, met wie ik later nog contact heb gehad, is het eerder zo dat zo’n methodische aanpak niet standaard in des juristen denkwereld zit. Dan kan ik me voorstellen dat zij nog wel even nodig hebben te beseffen wat er in deze methode gebeurt.

Tenslotte nog dit, ik kan het gewoon niet laten. Er was een ijdel overkomende hoogleraar die het over de grootse prestaties van ene Hohfeld had en toen ik een dag later in Hamilcars proefschrift las wat dat dan inhield, kon ik alleen maar glimlachen. Hamilcar zal dan ook, als geen ander op de schaakclub, begrijpen wat ik bedoel als ik de nobelprijswinnaar Lev Landau aanhaal:

Er is maar een wetenschap. Dat is de natuurkunde. De rest is postzegels verzamelen.”

 

 

Scroll naar boven