Vechten met de Beer, of de Geheime Wapens van Pauline
Vechten met de Beer, of de Geheime Wapens van Pauline Jan van den Bergh
Afgelopen zomer smaakte ik het genoegen tijdens de vijfde ronde van het “Amsterdam Chess Tournament” een clubgenoot als tegenstander te treffen. Ik draaide op dat moment een stroef toernooi, waarbij redelijke partijen regelmatig werden afgewisseld met werkelijk schrikbarend geknoei en ik was verre van tevreden. Mijn tegenstandster, wier lof inmiddels door een ieder in schakend Zoetermeer gezongen is was niemand minder dan “onze” Pauline van Nies. Zij speelde op dat moment goed, had enkele lastige eindspelen met ongelijke lopers heel overtuigend tegen 2100-plussers remise gehouden.
Bij het vooruitzicht tegen haar te moeten spelen had ik tegenstrijdige gevoelens. “Als je verliest sta je in het oog van een enkele clubgenoot in je Jaeger-ondergoed en is je toernooi definitief verprutst; als je daarentegen wint wordt dat “technisch” als normaal gezien (daar “scoor” je dus niet mee) maar is ieder tot huilens toe begaan met het wrede lot voor je jonge tegenstandster.
“Kan je wel, zo’n grote vent tegen zo’n jong meisje!”: ik hoorde dat laffe verwijt als het ware al over de Voorweg schallen. “Je moet je diep schamen!!”” meende ik mezelf ook ettelijke malen te horen prevelen, in mijn slaap….. Kortom: remise zou nog het beste resultaat zijn, daar kon je nog net fatsoenlijk mee thuis komen.. Maar ook “rationeel bekeken” zou een remise niet gek zijn: Pauline toonde zich in het toernooi een “volwassen” speelster, solide maar met de nodige “bite” tegen de iets zwakkere tegenstander en met een behoorlijk actueel en scherp openingsrepertoire.
Ook bleek ze nog over andere wapens te kunnen beschikken, maar daarover later……
Wit: Pauline van Nies
Zwart: Jan van den Bergh
Amsterdam ACT 2004
1. e4 d6
2. d4 Pf6
3. Pc3 g6
De Pirc-verdediging is voor mij een hele oude liefde, die ik om de paar jaar een enkele keer van stal haal om al te veel theoretische voorbereiding te omzeilen en om het spel gecompliceerd en vooral strategisch te maken. Daarvoor is deze opening prima geschikt.
4. Lg5
Deze zet is niet zo gebruikelijk; tegenwoordig is vooral 4.Le3 de grote mode. De tekstzet is overigens niet ongevaarlijk.
4. ….. c6
5. f4 b5
Zwart moet in deze variant niet te snel kort rokeren. Hij streeft naar snel tegenspel op de damevleugel.
6. Ld3 Lg7
7. Pf3 b4
8. Pe2 d5!?
Voorzover ik naderhand kon nagaan is dit in deze stelling een nieuw plan. Het idee als zodanig is wel bekend, de partij komt ermee in banen die eerder aan het Frans of de Caro-Kann doen denken.
9. Lxf6!?
►
Deze zet is tweesnijdend maar getuigt ook van een zekere logica: wit wint een tempo en het paard is in een gesloten stelling sterker dan de witte zwartveldige loper die met vastgelegde centrumpionnen niet echt fantastisch is, al staat ie buiten de keten. Aan de andere kant: wit ruilt een stuk (altijd handig als je minder ruimte hebt) en de zwarte zwartveldige loper kan actief worden (via de diagonaal f8-a3) …. 9. e5 (!) Pe4 10.Lxe4!? dxe4 is ook tweesnijdend maar door de zwakte van e4 m.i. kansrijker voor wit. Iets voor een volgende keer?
9. ….. Lxf6
10. e5 Lg7
![]() |
Dit is consequent. In het vervolg moet wit naar mijn opvatting trachten met f5, eventueel (na zwarte rokade) voorafgegaan door g4 druk op de zwarte koningsstelling te ontwikkelen.
Zwart moet tegenspel op de damevleugel en/of het centrum (met c5 en f6) organiseren.
Volgens mij staat wit dan nog steeds een fractie beter. Pauline kiest echter voor een andere plan., m.i. aanvechtbaar omdat de zwarte ruimteproblemen snel kunnen worden opgelost en hij goed tegenspel op de damevleugel krijgt. Een kwestie van iets tekort schietende ervaring?
11. c3!? bxc3
12. bxc3 e6
13. Dc2?! c5
De dame staat op c2 niet zo gelukkig; waarschijnlijk was De1 beter geweest, om desnoods Lb1 achter te hand te houden…
14. Lb5+?!
Hierna is elke kans op voordeel voor wit volgens mij verkeken. Elke ruil is gunstig voor zwart.
Wit houdt praktisch geen materiaal voor een aanval op de koningsstelling over.
14……. Ld7
15. Lxd7 Dxd7!
Veel beter dan Pxd7 omdat het paard vanaf c6 veel betere perspectieven heeft: Pc6-a5-c4, Pc6-b4 of Pc6-e7-f5
16. 0-0 Pc6
17. h3 Tc8
18. Dd3 cxd4
19. cxd4 Pb4!?
Ik speelde dit plan vooral om wit op de damevleugel bezig te houden. Natuurlijk had ik gezien dat het paard na a3 weer weg zou moeten maar de pion staat op a3 iets minder vanwege de mogelijkheid Lf8 en het omspelen van het paard naar c4 Waarschijnlijk zijn er betere plannen.
Een voorbeeld: …. 0-0 en f6. Ik denk al met al dat zwart minstens gelijk staat. Opening geslaagd dacht ik..
20. Db3 a5
21. a3 Pc6
22. Tfc1
Dit is Het Moment waarop Pauline plotseling besloot haar eerste onverwachte troef uit te spelen:
Een Knoeperd van een Speelgoedbeer van voorwaar Ongehoorde Afmetingen! Die had ze tijdens mijn overpeinzingen ergens gekregen uit de zaal en ze plantte hem zeer demonstratief en met kennelijk plezier exact naast onze klok en haar flesje frisdank met rietje. Enigszins afgeleid keek ik op, om vervolgens met een lieftallige glimlach van haar zijde definitief gevloerd te worden…
Dit wordt niks meer, wist ik toen al.
22…. 0-0
23. Tab1 Tb8
24. Dd3 Tfc8
25. Txb8 Txb8
26. Da6 Tc8
Beide partijen doen hier enkel aan “uiterlijk vertoon” op de damevleugel, hopend de ander tactisch te kunnen verschalken. Het evenwicht wordt echter niet verbroken, ondanks de inzet van een tweede onverwachte joker van Pauline: de regelmatige overkomst van heel veel jongemannen uit haar kenniskring van het Nederlands Jeugdteam, al dan niet uitzonderlijk jong en/of getalenteerd, die allemaal wel eens even wilden zien hoe ze een volgend slachtoffer aan de zegekar zou binden… Tja, daar zit je dan als jongere oudere, slachtoffer van psychologische oorlogsvoering van de hedendaagse dreumesen…
27. Pc3 Lf8
28. Pa4 Pe7
29. Pc5 Dd8
Wit heeft een spoortje initiatief, maar m.i. niet gevaarlijk.
30. g4?! Tc6
31. Dd3 Dc7
32. Kg2 Pc8
33. Pa6 Db7
34. Pc5 Db6
Commentaar: zie de opmerkingen bij de 26e zet.
35. Tb1 Dd8
36. Db3 Tb6
37. Dd3 Txb1
38. Dxb1 Db6
39. Dxb6 Pxb6
40. Pb3 Le7
►
![]() |
Remise op voorstel van zwart, in een stelling waarin alleen een blind paard nog enige schade kan aanrichten…. Na afloop probeerde Pauline nog even een winstweg te vinden, maar ook zij moest vaststellen dat dat onbegonnen werk is. Ook verscheen er nog zo’n eerdere gememoreerde hardleerse dreumes, met een keurig brilletje, aan het bord om te informeren of wit al gewonnen had. “Zo snel gaat dat niet, beste jongen” was mijn imponerend wijze antwoord. Hij leek uit het veld geslagen, vermande zich en mompelde tenslotte “maar het zou toch kunnen”?!…. Jazeker, het zou kunnen, net zoals ik zelf 35 jaar geleden met het idee rondliep dat heel heel misschien ik ooit nog iets van het schaken zou begrijpen en “dus” kans had op een match met Fischer, die ik dan glansrijk zou winnen…. Mooie dromen….
Jan van den Bergh
Noot van de redactie: Bekijk nu nog eens de titel boven dit verhaal….


