Verkneukelmomentjes

Het leuke aan het Groninger Schaakfestival dat afgelopen december voor de eenenvijftigste keer plaatsvond is, dat er een trouwe schare deelnemers bestaat, zoals dat ook bij het Hoogovens / Corus / Tata Steel toernooi het geval is. Dus is het altijd mogelijk dat je als “vaste klant” dezelfde persoon in de loop van de jaren meer dan eens als tegenstander mag begroeten. In de derde ronde was het weer eens zover. Mijn tegenstander was Frans, wat ouder dan ik en nog steeds kwiek.

In de toernooi-editie van 1996 had ik met wit een Grünfeldje tegen hem op het bord gekregen. Frans profileerde zich in die partij als het doortastende type. Een, twee pionnetjes minder maakte hem geen bal uit: stukkenactiviteit, daar was het hem om te doen. En geen positioneel geschuif, svp!

In de jaren daarna zag ik dat dit inderdaad zijn handelsmerk was. Verder was mij in onze onderlinge partij opgevallen dat Frans niet bepaald de geduldigste persoon van het noordelijk halfrond was. Sterker nog, louter door ongeduld had hij die partij verloren.

In de derde ronde afgelopen december zaten Frans en ik dus weer tegenover elkaar; ik had weer wit. Frans koos voor het Konings-Indisch en ik kon wel raden wat de bedoeling was: daar staat de koning, grijpt hem! Er zijn tegenstanders tegen wie ik de aanvalslawine wel durf te laten aanrollen, maar bij Frans kon dit nu net wel eens verkeerd uitpakken. Ik koos voor de ruilvariant. Het was een schot in de roos. Frans zat in zijn “aanvalsmodus”, gelijk een dertiende-eeuwse ridder te paard die met gevelde lans op zijn tegenstander afstormt. Ridder Frans besefte niet dat hij de opening in deze variant iets subtieler moest aanpakken. Daar waar zwart op de elfde zet zwarts centrum standaardmatig aantast met 11…,c6 koos Frans a tempo voor het hyperagressieve 11…, f5. Bingo plus verkneukelmomentje numero uno! Had Frans de ruilvariant soms nooit tegen zich gehad? Daar leek het op. De voorbarige agressie leidde, curieus genoeg, tot een stelling waarin nu juist enigszins omzichtig gemanoeuvreerd moest worden. Mijn opponent kon echter zijn ongebreidelde aanvalslust nog steeds niet intomen. Of kwam Ridder Frans er te laat achter dat ik niet met een lans te paard zat maar verscholen zat in een Leopard-tank? Enkele zetten later volgde een wilde pionzet en die kostte hem uiteindelijk een kwaliteit. Frans’ ongeduld had kennelijk weer eens ragfijn toegeslagen.

Verkneukelmomentje nummertje twee!

Heel methodisch en zonder dat mijn opponent daar ook maar iets tegenin te brengen had, kon ik de stelling op de damevleugel openen en mijn mannen de zwarte stelling binnen laten dringen. Toen geloofde Frans het verder wel. Ik mocht tot slot van de partij constateren dat Ridder Frans met zijn middeleeuwse aanvalslust zowel mijn nationale als mijn FIDE-rating een mooie dienst had bewezen en dat was dan verkneukelmomentje nummertje drie! Want zo primitief ben ik ook wel weer…

 

Scroll naar boven