VOORGANGERS EN OPVOLGERS, door Ruurd KunnenMy Great PredecessorsJan Hein Donner, Mr. Evert Straat, W.A.T. Schelfhout, Berry Withuis, Haije Kramer, Hans Ree, Lex Jongsma, Tim Krabbé, Jan Timman, John van der Wiel, Wim Andriessen, Max Pam, Alexander Münninghoff, Gert Ligterink, Dirk Jan ten Geuzendam, Jules Welling, Johan Hut, Fred van der Vliet, Henk Happel … Nepveu, Tan, Kunnen …. Deel een van Kasparovs geschiedenis van het klassieke schaak is verschenen. Het gaat over de wereldkampioenen Steinitz, Lasker, Capablanca en Aljechin. Een prachtig boek. In korte biografieën worden de historische, politieke en sociale contexten geschetst waarin de spelers leefden en schaakten. De hoofdmoot bestaat uit diepgaande analyses van de belangrijkste partijen van de voormalige wereldkampioenen en historische en schaaktechnische uiteenzettingen over de evolutie van de schaakstijl en de kennis van het spel in de loop der jaren. Het boek sluit perfect aan bij mijn Schaken in Stijl. Een groot verschil is natuurlijk dat ik, hoewel al vele jaren een groot schaakenthousiast, geen direct betrokkene ben, en Kasparov wel. Het boek lijkt op het eerste gezicht “gewoon” een verzameling partijen van oude grootmeesters met bijpassende teksten te zijn. Maar dat is niet zo. Zoals de titel My Great Predecessors al suggereert, vergelijkt Kasparov zijn voorgangers met zichzelf, zij het impliciet. Helaas wil hij niet zeggen wie hij de beste vindt. Hij zei in een interview dat op internet is gepubliceerd, dat hij dan de anderen tekort zou doen. Wat een objectiviteit en groothartigheid! Zo kennen we Kasparov niet! Jammer dat hij niet consequent is. Aan zijn matches met Karpov wil hij maar liefst een heel deel van de serie van vijf wijden. We kunnen voor zeker aannemen dat hij Karpov minder groots vind dan zichzelf, dus …. De geschiedenis herhaalt zich altijd. In de jaren zestig schreef Fischer een artikel over wie hij de sterkste schakers aller tijden vond. Donner besprak dat artikel onder de kop Fischer, Fischer, Fischer, aldus uitdrukking gevend aan zijn vermoedens omtrent de werkelijke opvattingen van de jeugdige Amerikaanse recalcitrant. Waarom? Euwe ontbrak in het rijtje van Fischer, en juist Euwe was voor Donner de grand-maître, de allergrootste. Ik vind Lasker de beste. Pillsbury – Lasker Stelling na de 16e zet van zwart ![]() 17. f5, Tc3x!! 18. fe6x, Ta3!! | ![]() 26 … Ta3x!! Lasker noemde deze partij de beste uit zijn carrière en alle commentatoren (o.a. Bouwmmeester in het Prismaboekje, en Hannak in zijn biografie van Lasker) zeiden het hem na. Ook Kasparov is complimenteus: Een mooie, diep berekende combinatie, waarop iedere grootmeester vandaag nog trots kan zijn. Hij gaat zelfs de macht van een sterke computer te boven – hiervoor zijn andere krachten nodig … Daarna komt de koele, de ijskoude analyse. a. Pillsbury had op de 19e zet beter kunnen spelen: 19. ba3x, Db6+ 20. Kc2!, Tc8+ 21. Kd2, Dd4x+ 22. Ke1 en merkwaardig genoeg komt zwart niet verder: 22 … Dc3+ 23. Ke2, Dc2 24. Td2, De4+ 25. Kd1, Db1 26. Ke2 enz. De pion op e6 beschermt de koning. Een van de grootste meesterwerken uit de schaakgeschiedenis, een partij waar iedere grootmeester vandaag nog trots op kan zijn, een combinatie die zelfs de macht van de computer te boven gaat … volkomen onderuit gehaald door de gebundelde kracht van Kasparov en zijn schaakcomputer. Ik zei dat Kasparov zijn voorgangers impliciet met zichzelf vergelijkt. Dat is te zwak uitgedrukt. Hij is met terugwerkende kracht de strijd aangegaan. De partij was niet gewonnen, het was remise. Hij had op een bepaald moment zelfs moeten verliezen, Emanuel Lasker, My Great Predecessor.
My great successorsHet klassieke schaak strompelt moeizaam naar zijn einde. Er worden per jaar nog maar drie of vier grote klassieke toernooien gespeeld en WK-matches komen bijna niet meer van de grond. Nu Ponomariov het contract voor een match met Kasparov niet heeft getekend, staat een match tussen Kasparov en de winnaar van het komende FIDE-knockout-WK op het programma. Hopelijk wordt dat Anand. Over Kramnik-Leko zijn de berichten onduidelijk, maar misschien wordt die match in november in Buenos Aires gespeeld. Als alles meezit (en dat is onwaarschijnlijk gezien de gebeurtenissen tot nu toe) kan volgend jaar eindelijk weer eens een echte match om het klassieke wereldkampioenschap schaken worden gespeeld. Kasparov wint. Daarna komt er nooit meer zo’n match, want het klassieke schaak is uit de tijd. De top is bereikt. Kasparov zal de definitieve kampioen zijn. |


