Vele bladen kennen zo hun wetmatigheden door het jaar heen en zo ook de Promoot. Zo kent het kerstnummer de kerstpuzzel, het 1e nummer in het nieuwe kalenderjaar de verslagen van het Hoogoventoernooi (of Corus, of Tata, of hoe het in de toekomst ook gaat heten). En zo zal het 1e nummer na de zomer de verslagen van het (de) zomertoer-nooien, met uitslagen, partijen en uitgebreide analyses gaan bevatten. Dit jaar gaan Willem Broekman, Bernard Bannink en Henk Noordhoek naar Wenen.
Om hen geen tijd te laten verliezen en maximaal tijd te geven voor hun partijen, analyses en verslagen levert dit nummer van de Promoot alvast een reisgids, wat er zoal op schaakgebied in Wenen te zien valt.

We beginnen met iets ouds en merkwaardigs; zie bovenstaande afbeelding. In het Kunsthistorisches Museum vind je twee zogenoemde “schaakknotsen”. Hoe het zit weet ik ook niet precies, maar in de knotsen schijnt een schaakbordje plus bijbehorende schaakstukken verwerkt te zitten. (Overigens, toen ik afgelopen december in Wenen was, was het Kunsthistorisches Museum in verbouwing en de knotsen niet tentoongesteld; het lijkt het Rijksmuseum in Amsterdam wel.)

Maar Wenen was natuurlijk vooral bekend om zijn schaakcafés. Een paar jaar na de Turkse belegering van Wenen in 1683 werd het eerste koffiehuis geopend. Rond 1800 waren dat er 89, rond 1900 zo’n 600 stuks. Deze koffiehuizen waren vanaf het begin al ontmoetingspunten voor kaart- domino en schaakspelers en zo ontstonden de beroemde Wener schaakcafés. Cafés waar het wemelde van de sterke schakers van meesterklasse en zelfs wereldtoppers als Steinitz en anderen. En natuurlijk met de in Wenen geboren topper Carl Schlechter (1874-1918) welke in 1910 in een deels in Wenen gespeelde match zo dramatisch het Wereldkampioen schaken verspeelde.
In de twintiger jaren van de vorige eeuw bloeide de Wener schaakcafés als nergens anders in de wereld. Wenen had toen 29 schaakcafés en zo’n 120 schaakverenigingen, waarvan de grootste, de Wiener Schachclub (met hoofdsponsor baron von Rothschild) maar liefst 600 leden telde. Een beroemde schaaktraditie die na de 2e wereldoorlog helaas in rap tempo vrijwel volledig verdwenen is. Niet alleen waren er inmiddels veel van de vooral ook Joodse schaakspelers uit Wenen verdwenen. Maar ook hadden deze Weense schaakcafés behoorlijk last van een heel typisch verschijnsel; afgeladen zalen, maar vrijwel niemand die een consumptie gebruikte. Dat kon op den duur financieel niet goed gaan.

Het beroemdste Weense schaakcafé was Café Central, in de Herrengasse, midden in het centrum en niet ver van de Hofburg. Café Central is jarenlang gesloten geweest, maar het is een paar jaar geleden toch weer geopend (foto hiernaast). Je vindt er echter geen schakers meer, maar vooral toeristen. En de grote schaakzaal op de eerste etage wordt alleen nog maar heel af en toe voor grote feesten geopend.
Iets anders waarvan de oorsprong in Wenen ligt is de zogenoemde schakende Turk. De Turk of de Mechanische Turk is de naam van een “schakende machine” die de Hongaarse edelman en uitvinder Wolfgang von Kempelen in 1770 maakte voor keizerin Maria Theresia van Oostenrijk. In werkelijkheid zat er een kleine, sterke schaker in. De werking van deze machine was jarenlang een mysterie, alhoewel het vermoeden bestond dat het nep was. De schakende Turk was echter dermate beroemd dat er lange tournees naar diverse Europese staten volgden. Tussen 1770 en 1825 reisde de Turk vanuit Wenen naar de diverse hoven in Europa. In 1826 kwam het zelfs tot een tournee door de Verenigde Staten. In 1854 ging de schakende Turk in Philadelphia door brand verloren.

De schakende Turk was een kast met een schaaktafel erop, waarop een als Turk uitziende pop zat die de zetten uitvoerde. Na wat dubieus gegoochel met kaarslicht en open deurtjes met ingewikkelde raderwerken erachter had de toeschouwer de indruk dat de ruimte onder de tafel leeg was. Het geheim van de machine bleef lang verborgen maar uiteindelijk kwam toch aan het licht dat Von Kempelen kans had gezien een schaker in het apparaat te verstoppen; zo heeft Johann Baptist Allgaier er meermalen ingezeten. Toch was het een knappe vinding, want Von Kempelen had een ingewikkeld mechaniek bedacht waardoor de speler binnenin op een klein bordje toch de stukken op het bord kon zien, evenals een mechanisch besturingssysteem voor de arm van de Turk die de stukken verzette.
Pas aan het einde van de 20e eeuw verschenen diverse publicaties, waarin de werking van de schakende Turk onthuld wordt. De schakende Turk is nu echter weer in Wenen terug, namelijk in het Technisch Museum in Wenen (dat buiten het centrum niet ver van slot Schönbrunn ligt).

In het Technisch Museum in Wenen is een virtuele Turk gerealiseerd afbeelding hierboven). Deze virtuele Turk is heel bijzonder omdat je als bezoeker interactief een partijtje schaak met deze Turk kunt spelen, zonder fysiek contact te maken, maar wel door met je eigen handen op het (virtuele) schaakbord de stukken te grijpen en te verplaatsen. Een bijzondere ervaring; de techniek staat tegenwoordig voor niets en deze keer zal er wel geen verborgen schaker in de Turk verborgen zitten.
En Wenen is – naast muziekstad – natuurlijk ook de stad van de paleizen. Naast de Hofburg in het centrum, en naast het boven al aangehaalde slot Schönbrunn is er ook nog het Slot Belvedere. Slot Belvedere is een barok paleizencomplex in Wenen (district Landstraße) dat door Johann Lukas von Hildebrandt (1668-1745) werd ontworpen voor Eugenius van Savoye (1663-1736). Het bestaat uit het Obere Belvedere en het wat oudere Untere Belvedere, die worden verbonden door een tuin. De gebouwen van het Belvedere huisvesten sinds 1903 de Österreichische Galerie Belvedere met werken van schilders als Gustav Klimt, Egon Schiele, Joseph Danhauser en vele anderen.

Joseph Franz Danhauser (1805-1845) was een geboren Wener. Hij was meubelproducent en schilder en werd later benoemd tot hoogleraar historische schilderkunst aan de Academie In Wenen. In zijn tijd was hij een beroemd genreschilder schilderde hij in 1827 het dodenmasker van Ludwig van Beethoven. Veel van Danhauser zijn schilderijen bevinden zich nog in Wenen en daaronder het schilderij onderaan de vorige pagina:
“Joseph Franz Danhauser: de schaakpartij (1839), oil on canvas,
1,35 x 1,75, Wenen, Belvedère, Österreichische Galerie”.
Joseph Franz Danhauser stierf in 1845. In 1862 werd er in Wenen een straat naar hem vernoemd.
Iets recentere geschiedenis dan nog. Twee decennia geleden viel het ijzeren gordijn in elkaar. Veel Oost-Europeanen (Hongaren, Russen en anderen) bereikten Wenen. Vaak hadden ze boeken en andere zaken bij zich en vooral de behoefte om deze snel in westers geld om te zetten. En Michael Ehn, schrijver en boekhandelaar benutte de gelegen-heid om veel van de collecties op te kopen en zo ontstond er een goed gesorteerde schaakboekenwinkel. Deze schaakboekenwinkel ‘Schach und Spiele’ is te vinden in de Gumpendorfer Straße 60, niet ver van Ring.

Het betreft hier overigens een schaakboekenwinkel met geschiedenis. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw bestond de hele boekwinkel nog maar uit één grote boekenkast, welke gestationeerd was in het Weense schaakcafé Freij. In 1980 verhuisde deze schaakboekenwinkel naar een echt winkelpand in de Kochgasse 8. Dit was hetzelfde pand waar Stefan Zweig (auteur van de Schachnovelle) lange tijd gewoond had.
En als alle bovengeschetste zaken niet aantrekkelijk lijken; als Wenen niet bevalt kan je altijd nog naar Bratislava afreizen. Dat is maar een uurtje met de trein; zie ook het artikel van Willem Hajenius vanaf blz. 7.
En natuurlijk moet er ook nog een toernooi gespeeld worden. Willem, Bernard en Henk veel succes daarmee toegewenst.
