Kijk eens wie er hebben meegedaan aan het Europacuptoernooi voor clubteams, vorige maand in Macedonië. Onze clubgenoot Igor Coene was erbij, als speler van LSG. Hij zat daar te schaken aan dezelfde tafel als Invanchuk, in dezelfde speelzaal als Aronian. Het is voor Igor een prachtige, stimulerende ervaring geweest, die hem van harte is gegund. Grootmeester John van der Wiel had echter ernstige kritiek op de deelname van de vele amateurs. Aan Europese kampioenschappen moeten volgens hem de sterkste teams meedoen, maar de Nederlandse clubkampioen bleef weg omdat de sponsor het niet interessant genoeg vond. Schaaktoeristen hebben de plaatsen van de grootmeesters ingenomen. Er zou een betere selectie moeten komen. Ligt hier een taak voor de KNSB?
Het Nederlands kampioenschap is dit jaar min of meer in het water gevallen, ondanks de opzienbarende overwinning van Anish Giri. Een paar weken voor het begin van het toernooi trok de sponsor zich terug, zodat de KNSB de kosten vrijwel geheel uit eigen middelen moest betalen. Die zijn, zoals algemeen bekend, zeer beperkt, zodat de condities tot het minimaal toelaatbare niveau moesten worden teruggebracht en het prijzengeld aanzienlijk werd beperkt. De topspelers toonden geen compassie en trokken zich terug. “Als ik nu voor zo’n laag bedrag ga spelen, wennen ze eraan en doen ze niet meer hun best om voor volgend jaar wel een goede sponsor te vinden”, sprak Daniël Stellwagen. Zijn voorbeeld werd gevolgd door o.a. Jan Smeets, Erwin L’Ami en Jan Werle. Opmerkelijk genoeg vormden deze vier schakers, samen met Sipke Ernst die wel aan het NK heeft meegedaan, het nationale team dat in oktober meedeed aan het EK voor landenteams. Waren de voorwaarden voor dat toernooi zoveel beter dan bij het NK? Ik kan me dat nauwelijks voorstellen.
Pikant detail was dat Sergei Tiviakov niet was opgesteld. De voormalige Nederlandse kampioen had wat bijverdiensten geregeld in de Kroatische competitie, maar daarvoor moest hij de laatste ronde van het NK laten schieten. Sipke Ernst was zo behulpzaam alvast remise af te spreken. De KNSB kreeg daar lucht van en stelde Tiviakov voor de keus: òf het NK, òf Kroatië. Tiviakov koos voor Kroatië, werd het toernooi uitgezet en kon ook het EK landenteams op z’n buik schrijven.
Doortastend optreden van onze bond, maar het riekt naar discriminatie. Waarom is de KNSB niet net zo streng geweest tegen Stellwagen c.s.?
Aan het jeugdwereldkampioenschap tot 20 jaar heeft dit jaar geen Nederlander meegedaan. Waarom niet? Het toernooi werd ver van huis gehouden, in Patagonië, en de reis was duur, maar voor zo’n belangrijk kampioenschap mag dat geen bezwaar zijn. Misschien vond de KNSB dat de Nederlandse jeugd op dit moment te zwak is om aan het WK mee toe doen. Kampioen bij de jongens werd de Franse 2700+ speler Maxime Vachier-Lagrave. Hij eindigde in wedstrijdpunten op gelijke hoogte met de Witrus Sergei Zhigalko die in augustus nog winnaar werd van de Young Masters in Enschede. Anish Giri eindigde daar met twee punten minder op de 5e plaats. Ook Wouter Spoelman en Robin Swinkels hadden in Patagonië geen potten kunnen breken. Zijn zij niet door de selectie heen gekomen? Welke selectie?
Een half jaar geleden heeft de KNSB nieuwe selectiecriteria voor uitzending naar internationale kampioenschappen bekend gemaakt. De teugels worden aangehaald. Uitgangspunt is dat er op de internationale jeugdkampioenschappen prestaties moeten worden geleverd; het zijn geen toernooien om alleen maar ervaring op te doen. Geen schaaktoerisme dus, een goed standpunt. In elke leeftijdscategorie mag alleen de Nederlandse kampioen en eventueel iemand met minimaal een Jong Oranje-status meedoen. De Nederlandse kampioen mag vervolgens alleen naar het WK als hij tijdens het EK op minimaal een gedeelde tiende plaats eindigt, maar iemand met een Jong Oranje-status mag altijd naar het WK.
Hoewel de selectiecriteria zijn vastgesteld, worden ze nog niet toegepast en het is de vraag of dat ooit zal gebeuren. De KNSB heeft in augustus 21 schakers en schaaksters afgevaardigd naar het EK-jeugd in Italië. Zij kwamen uit in 2 x 5 leeftijdscategorieën. Die afvaardiging was vrij groot, maar dit jaar was een overgangsjaar, aldus KNSB-bestuurslid Monique Stam. Volgend jaar gelden de strengere regels. De directeur sportief van de bond, Jeroen Bosch, is echter nog niet zover. Hij wil aan het eind van het jaar de besluitvorming eerst evalueren en hij houdt de mogelijkheid open om op basis daarvan de regels voor uitzending alsnog weer te versoepelen.
Zo gaat dat al jaren. Nederlandse schakers leren al op jonge leeftijd de besluiteloosheid en halfslachtigheid van de KNSB kennen. Als ze tot de top zijn doorgedrongen weten ze precies wat ze moeten doen als bijvoorbeeld het prijzengeld van het NK eens een beetje tegenvalt: verontwaardigd zijn en wegblijven. Een maand later worden ze toch gewoon weer afgevaardigd naar een internationaal kampioenschap of opgesteld in een nationaal team.
KNSB, dat kan beter!
