Winnen tegen de sterken
Winnen tegen de sterken Ton de Waal
Niet vaak speel ik tegen spelers met een elo boven de 2200. Dit jaar is het tot nu (op het moment van schrijven is het 16 februari) toe twee keer voorgekomen. Beide partijen eindigden in een overwinning voor mij: voldoende reden voor mij om deze partijen, voorzien van korte analyses, in ons clubblad te publiceren. Bij het maken van de analyses heb ik dankbaar gebruik gemaakt van Fritz 8, die mij op vele onvolkomenheden en fouten in de partijen wees. De eerste partij werd op 20 december 2004 in de promotieklasse van de HSB tegen BF/Wassenaar 1 gespeeld. Het is een vrij ondoorzichtige partij met wisselende kansen. Uiteindelijk wist ik door een schwindel een stuk en de partij te winnen.
Ton de Waal – Dennis Ruijgrok (2236)
1. e4 e5 2. Lc4 Pc6 3. Pf3 Lc5 Deze zet sloeg ik met een mengeling van vreugde en vrees gade. 4. b4!? Een belangrijke reden waarom ik ooit Italiaans (en tegenwoordig 2. Lc4) ben gaan spelen is dat je dan af en toe de kans krijgt om het Evansgambiet (4. b4!?) te spelen. Nu ik weer eens de kans kreeg was ik dus blij. Echter, hoewel ik het Evansgambiet al lang op mijn repertoire heb staan, kan ik me, afgezien van deze partij, slechts drie serieuze partijen herinneren waarin ik dit gambiet heb gespeeld. De score uit die partijen was heel goed (2,5 uit 3; de remise was tegen een heel jonge Jan Smeets, inmiddels grootmeester), maar de theorie is in de loop der jaren wel erg diep weggezonken. Het idee om met weinig theoretische kennis tegen een sterke jeugdspeler zo’n scherpe variant als het Evansgambiet te spelen was nogal eng. Na enige minuten moed te hebben verzameld, besloot ik toch maar de gok te wagen. Gelukkig bleek al snel dat mijn tegenstander nog minder van de theorie wist dan ik. 4. … Lxb4 5. c3 Lc5 6. d4 exd4 7. cxd4 7. O-O is ook een goede mogelijkheid. De gespeelde zet kan tot ongebruikelijke stellingen leiden. Ik kreeg de indruk dat mijn tegenstander nu al uit zijn theorie was. Mijn theoretische kennis ging nog een paar zetten door. 7. … Lb4+ Na 7. … Lb6 8. O-O zou de zogeheten normaalstelling van het Evansgambiet zijn ontstaan. De gespeelde zet geldt als enigszins verdacht. 8. Kf1!? De7 Aanbevolen door Zagorovsky. 9. a3 La5 Hier was ook ik uit mijn theorie. De theorie gaat hier verder met 10. e5, met als oordeel dat wit iets beter staat. 10. Ta2 Ph6 11. Lg5 f6 Misschien kan 11. … Dd6. Volgens Fritz staat het dan ongeveer gelijk na 12. Pbd2. 12. Lxh6 Nu heeft wit een plusje. 12. … gxh6 13. Ph4 Kd8 14. Te2 b5?! Ik was het bangst voor 14. … d6, hoewel wit ook dan wat beter blijft staan. Met de gespeelde zet hoopt zwart door middel van een pionoffer tegenspel te krijgen. 15. Pf5 Nu staat wit echter duidelijk beter. 15. … Dd8 16. Lxb5 Tb8 17. Ld3 Tg8 18. Dc1 Fritz suggereert het rustige 18. g3. Met de gespeelde zet wilde ik 18. … Tg6 of 18. … h5 afdwingen. Na de eerste zet staat de toren slecht op g6, de tweede zet leek mij een verdere verzwakking van zwart’s pionnenstelling. Zwart speelt echter een zet waarvan ik dacht dat die niet goed zou zijn. 18. … Tg5 19. h4 Inmiddels begreep ik de bedoeling van zwart’s vorige zet, maar ik zag geen betere zet dan 19. h4. Volgens Fritz is 19. Pd2!? echter sterker, waarna wit volgens Fritz duidelijk beter staat. 19. … Txf5! Nu staat wit nog maar iets beter. Inmiddels hadden we beiden niet zo veel tijd meer op de klok. Het peil van onze zetten gaat daarom (nog verder) omlaag. 20. exf5 Pxd4 21. Tb2 Txb2 22. Dxb2 De8 23. Pc3 De5 24. Pe2?! Fritz geeft hier 24. Th3!? Pxf5 25. exf5 Dxf5 met “duidelijk voordeel” voor wit aan. Hier zal Fritz objectief gezien wel weer, zoals altijd, gelijk in hebben, maar in praktijk lijkt de stelling me hoogst onduidelijk en kansen voor beide partijen te bieden. 24. … Pf3 Deze zet had ik gemist. Ik verwachtte 24. … Pxe2 25. Dxe5 fxe5 26 Kxe2 met een plusje voor wit, hoewel zwart wel tegenkansen heeft. 25. Dxe5?! Geschrokken door zwart’s vorige zet, ruil ik snel de dames af. Fritz geeft 25. Da2!? Pd2+ 26. Kg1 met een voordeeltje voor wit aan. Om zoiets met weinig resterende bedenktijd te spelen, moet je echter wel erg sterke zenuwen hebben. 25. … Pxe5 Nu vindt Fritz dat de stelling in evenwicht is. 26. Th3 d5 27. Lc2 c5?! Met 27. … La6 kan zwart het evenwicht bewaren. 28. Tg3?! Na 28. Pf4!? d4 29. Tg3 c4 30. Tg8+ had wit volgens Fritz in het voordeel kunnen komen. 28. … d4 29. Pc1?? Een vreselijke zet. Het paard staat helemaal verkeerd op c1. Na 29. Pf4 zou wit iets beter blijven staan, nu staat zwart echter beter. 29. … c4? Beter was 29. … La6+. Als beste mogelijkheid geeft Fritz dan 30. Pd3 Pxd3 31. Txd3 aan, maar het is duidelijk dat wit voor remise moet vechten. 30. f4!? Zet een val waar zwart intrapt. 30. … Pf7?? Na 30. … Pd7 blijft zwart wat beter staan. Nu staat wit plots gewonnen. 31. Tg8+! Zwart hoopte waarschijnlijk op 31. Tg7 Ke7, waarna hij duidelijk voordeel heeft. Na de gespeelde zet drong al snel tot mijn tegenstander door dat hij een vol stuk ging verliezen.
31. … Kd7 Op 31. … Kc7 volgt natuurlijk 32. Tg7. 32. La4+ Kc7 33. Tg7 d3 34. Txf7+ Kb6 35. Txf6+ Kc5 36. Pxd3+! Ook dat nog. Op 36. … cxd3 volgt 37. Tc6+ en 38. Txc8, terwijl zwart zijn laatste tegenkans – de verbonden vrijpionnen – kwijt is geraakt in ruil voor een krachteloze pion op d3. 36. … Kd4 37. Pe5 c3 38. Pc6+ Nu gaat ook het paard op a5 verloren. Mijn tegenstander gaf zich hier daarom gewonnen. 1-0
De tweede partij werd op 1 februari 2005 tijdens de interne competitie van Promotie gespeeld. Net als in de vorige partij trapt mijn tegenstander in een tactisch valletje.
Ton de Waal – Bernard Bannink (2312)
1. e4 c5 2. Pc3 d6 3. f4 Pf6 4. Pf3 Lg4 Een ongebruikelijke zet. 5. Lb5+ Pc6 Mijns inziens staat wit na een rustige zet als 6. d3, 6. h3 of 6. O-O iets beter. Na enig nadenken besloot ik scherper te spelen, om aldus te proberen zwart’s ongebruikelijke 4de zet af te straffen. 6. d4 Lxf3 7. gxf3 cxd4 8. Dxd4 Pd7 9. Dd3 g6 10. Le3 Lg7 11. O-O-O O-O 11. … Pb4 was mogelijkerwijs beter. Na, bijvoorbeeld, 12. Dc4 Lxc3 13. bxc3 zou een gecompliceerde stelling ontstaan. 12. e5 Pb6 12. … Da5 was waarschijnlijk sterker. Wit moet dan de diagonaal van de zwarte loper op g7 dicht zien te houden. Een mogelijkheid is 13. h4 Pb6 14. Lxc6 bxc6 15. h5, met misschien een klein voordeeltje voor wit. 13. exd6 Tc8 Na 13. … Dxd6 14. Dxd6 exd6 15. Txd6 staat wit iets beter. Nu dacht ik met 14. d7 te kunnen winnen. Na 14. … Tc7 heeft wit namelijk 15. Lxb6 axb6 16. Pd5 Txd7 17. Pf6+! Lxf6 18. Dxd7 met kwaliteitswinst. Echter, na enig nadenken ontdekte ik het gemene idee van zwart. Na 14. d7? volgt namelijk het verrassende 14. … Pb4!. Op 15. dxc8:D volgt 15. … Pxd3+ 16. Txd3 Dxc8 en op 15. De4 (valt zowel paard op b4 als toren op c8 aan) 15. … Txc3! 16. bxc3 Pxa2+ 17. Kd2 Pxc3. In beide gevallen heeft zwart duidelijk voordeel. 14. Lc5 Omdat 14. … Pb4 dreigde en 14. a3 een nietszeggende zet is die zwart alleen maar aanknopingspunten geeft, leek mij dit gedwongen. Fritz, een computerprogramma zonder angst of zenuwen, geeft echter 14. f5 als beter aan. Volgens Fritz staat wit dan duidelijk beter. 14. … Pe5? Een blunder. Beter was 14. … exd6 15. Lxd6 Te8 16. Pe4, met voordeel voor wit. 15. fxe5? Ook wit blundert. Met 15. De3! had wit veel materiaal kunnen winnen. Op 15. … exd6 volgt immers 16. Lxb6, op 15. … Pbc4 (of 15. … Pec4) 16. dxe7, en op 15. … Txc5 16. Dxc5 Pc6 17. Lxc6. 15. … Txc5 16. f4! Na lang nadenken gespeeld. Oorspronkelijk dacht ik dat deze zet tot materiaalverlies voor wit zou leiden. Later zag ik dat wit een sterk antwoord heeft (de 19de zet van wit uit de partij), waardoor niet zwart maar wit materiaal zou winnen. Dat wit op de 17de zet nog sterker kon spelen, hebben we beiden overigens gemist. 16. … a6? Sterker is 16. …exd6, waarna wit slechts een klein plusje heeft. 17. La4? Wat we beiden hadden gemist is dat 17. De3! hier weer erg sterk is. Een belangrijke pointe is dat 17. … Txc3 wordt beantwoord met 18. bxc3 axb5 19. dxe7. Het best is waarschijnlijk nog 17. … exd6 18. Txd6, maar ook dan heeft wit groot voordeel. 17. … Txc3?? Trapt in de val die wit met z’n 16de zet zette. Zwart denkt materiaal te winnen, maar overziet de reactie van wit. Veel sterker was 17. … exd6! 18. Lb3 Dh4, waarna een onduidelijke stelling zou zijn ontstaan. 18. Dxc3 Pxa4 19. Db4! Nu wint 20. dxe7 materiaal na zowel 19. … Pb6, 19. … Dd7, als 19. … De8. Ook de gespeelde zet verliest materiaal.
19. … exd6 20. Dxa4 Db6 21. Txd6 De3+ 22. Kb1 g5!? Grijpt zijn enige kans. Als zwart niets doet, wint wit op den duur. Met de gespeelde zet hoopt zwart het pionnenblokje f4-e5 van wit op te blazen. In dat geval zou loper op g7 erg sterk worden. Bovendien dreigt zwart nu een pionnetje te gaan winnen. 23. Tf1 De2 Op 23. … gxf4 was ik 24. Dxf4 Dxf4 25. Txf4 Lxe5 26. Tg4+ Kh8 27. Td7 van plan, waarmee wit een kwaliteit voor blijft staan en zwart’s dame is afgeruild waardoor hij geen aanvalskansen meer heeft. Fritz vindt 24. Td5 overigens beter, en heeft daar objectief gezien ongetwijfeld weer gelijk in. 24. Tdd1 Dxh2 Op 24. … gxf4 is, bijvoorbeeld, 25. Tfe1 Dxh2 26. Txf4 sterk, 25. De4 Een fijne zet om te spelen! De dame staat nu mooi centraal, en er dreigt al 26. Th1. Bovendien moet zwart vanaf nu voortdurend oppassen voor zetten als f5 en e6. Bijvoorbeeld, op 25. … Dh5 kan 26. Th1 Dg6 27. f5 Dc6 28. Dxc6 bxc6 29. f6 Lh8 30. Tdg1 volgen. 25. … Dg3 26. e6! Er dreigt nu gewoon 27. e7 Te8 28. Td8. Op 26. … fxe6 was ik 27. Th1 met winnende aanval van plan. Na 27. … h6 volgt 28. Dxe6+ Kh8 (28. … Kh7 29. Td7 gxf4 30. Txh6 mat) 29. Txh6+ Lxh6 30. Dxh6+ Kg8 31. Dg6+ Kh8 32. Th1+. Na 27. … Tf7 28. Dxh7+ Kf8 29. Dg6 heeft wit een winnende aanval. Hetzelfde is het geval na 27. … Tf5 28. Dxe6+ Tf7 29. Thg1. 26. … f5 27. Dd5 Er dreigt nu 28. e7+ met winst. Hier helpt ook 27. … Kh8 niet tegen vanwege 28. e7 Te8 29. Dd8, zodat zwart niets anders overbleef dan op te geven. 1-0
