Iets mis?

“Iets mis?” door Ruurd Kunnen

Van schakers bestaat het beeld dat zij in zichzelf gekeerde mensen zijn die een beetje buiten het sociale leven staan. Er is zelfs een theorie over. Veel schakers zijn volwassen mannen die graag met kleine houten poppetjes te spelen. Dat is een afwijking, waar ze liever geen pottenkijkers bij hebben. Ze komen bij elkaar in speciale clubs om hun perversie bot te vieren, en thuis doen ze het in hun eentje. Deze theorie is aantoonbaar onjuist. Een clublokaal of een toernooizaal is geen dark room. Schakers vinden het juist prachtig als ze in de krant of op de televisie komen. Zij praten er ook graag in het openbaar over. Natuurlijk, er zijn schakers van wie het hoofd zo vol zit met stellingsbeelden en openingsvarianten dat er voor andere zaken geen ruimte meer is. De meesten hebben echter ook andere interesses en talenten, zoals muziek. Beroemde grootmeesters hebben zich zeer verdienstelijk gemaakt in de concertzaal. Het meest bekend is Philidor (1726-1795), die behalve de sterkste speler van zijn tijd een beroemde componist en uitvoerend musicus was. Van de topgrootmeesters uit de jaren 1950-80 waren Smyslov en Portisch goede zangers en Taimanov een gevierd concertpianist. Ooit heb ik van Bouwmeester, schaakmeester en een groot muziekliefhebber, gelezen dat de overeenkomst tussen een schaakpartij en een muziekstuk schuilt in de logische structuur en de harmonieuze opbouw. Mooi bedacht, maar dat geldt hoogstens voor een kleine minderheid van alle schaakpartijen.
Schaken en wiskunde gaan ook goed samen. Er zijn voorbeelden te over, onder anderen de wereldkampioenen Lasker, Euwe en Botwinnik. De overeenkomst tussen schaken en wiskunde zou zijn dat je moet kunnen rekenen. Onzin natuurlijk. Sommige grote wiskundigen zijn heel slecht in rekenen, terwijl alle goede schakers kunnen goed rekenen, behalve wanneer zij moeten afrekenen. De overeenkomst heeft waarschijnlijk meer met abstraheren en logisch denken te maken.
Er zijn schakers die ook aan andere sporten doen. Weliswaar gaat de voorkeur meestal uit naar sporten waarbij je gewoon kunt blijven zitten en je hersenen het werk kunt laten doen, zoals bridge, maar iemand als grootmeester Agdestein is toch maar mooi voetballer in het nationale Noorse elftal geweest. Hij is niet de enige liefhebber van deze sport. Ook onze eigen Pauline van Nies combineert het schaken met voetballen. Tim Krabbé is wielrenner geweest en Euwe bokser.
Het idee dat schakers alleen maar kunnen schaken, is allang achterhaald, maar soms kom je onverwachte nieuwe bewijzen tegen. Er blijken schakers te zijn die graag dansen. En niet zomaar dansen, maar tangodansen. Het is gebeurd in Zoetermeer, onder leiding van Jacques Vermeulen, waarvan wij wisten dat hij schaakt en schaaklessen geeft, maar waarvan niemand ooit had kunnen bevroeden dat hij ook kan dansen. Hij is zelfs dansleraar en hij heeft niet de minsten als leerling. Hans Meijer is het meest levende bewijs dat schaken uitstekend kan worden gecombineerd met andere activiteiten. Ooit kwam ik hem in een muziekwinkel tegen, waar hij een mooie cd voor zichzelf kocht omdat hij die middag een moeilijk wiskundig probleem had opgelost. Hij is wel eens bezweet en in trainingspak op de clubavond binnengekomen om te kijken wat wij er op de borden van bakten en meestal ging hij maar snel weer verder. Veelvoudig clubkampioen, jarenlang redacteur van het clubblad en nu technisch directeur van het eerste achttal. Als je zo iemand met zijn lieftallige echtgenote onder het toeziend oog van Jacques Vermeulen de tango ziet oefenen, springen je de tranen in de ogen, en denk je: is er dan toch iets mis met dat schaken?

Scroll naar boven