(g)een bier!!!

(g)een bier!!! door John Tan

 

Vroeger, toen ik nog jong was en toen ik nog op een voetbalclub zat, toen hadden we een jeugdleider die zei “jongens, in het veld, iedereen mondje dicht tegen de scheids, alleen de aanvoerder mag”. Zoals u met schaamrood op de kaken uit de televisiebeelden kan afleiden, is dat tegenwoordig anders; iedereen bemoeit zich met de leiding, zelfs in de huiskamer.

Aangezien ik de aanvoerdersband droeg, kreeg vooral de grensrechter er af en toe van langs omdat hij de werkelijke gang van zaken op het veld toch echt verkeerd heeft ingeschat.

En un momento dado keek ik langs de lijn en bij afwezigheid van een grens vroeg de scheids of ik wilde vlaggen. Okay dan, had net een lezing bijgewoond van Leo van der Kroft dus dat moet een eitje zijn. Maar waarom zien de meeste speler van de benadeelde partij de werkelijkheid soms anders dan de grensrechter? Toegegeven, soms is er sprake van twijfel:

Doelschop … of raakte een verdediger de bal voor het laatst aan en is het een hoekschop?

Inworp voor … tsja, wie raakte de bal het laatst voordat het speeltje over de lijn hobbelde?

Vlag omhoog … maar stond hij wel buitenspel op het moment van spelen?

Op die dag drong het besef door hoe moeilijk het is om te fluiten en sinds die dag mopperde ik nooit meer op grens en scheids. Die mensen offeren hun vrije dag op en in het gunstigste geval word je niet gemolesteerd. Een bedankje kan er niet van af en een biertje (of twee) zit er zeker niet in.

 

Vele jaren later ben ik gediplomeerd schaakscheidsrechter.

Op een kwade dag mocht ik de thuiswedstrijd van Promotie 4 en Promotie 7 fluiten.

Het zevende stond met 3-1 voor maar verloor uiteindelijk met 3-5.

 

Wat heeft een scheids te doen op zo’n avond?

Vele minder leuke administratieve handelingen: de 8 namen en KNSB-nummers (en u weet de lengte van die nummers) van de thuisspelers en de 8 namen en KNSB-nummers van de bezoekende club op 3 wedstrijdformulieren invullen. Daarnaast ook de namen op het schoolbord noteren.

Dat zijn 64 namen en 48 KNSB-nummers; fijn werk op je vrije avond.

 

Verder dient de scheids er op toe te zien dat de Regels voor het Schaakspel strikt worden nageleefd.

Nu was er een speler van BF-Wassenaar speler die achter liep met zijn notatie.

Hij kan een waarschuwing geven (artikel 13.4.a): kan gebeuren, werkt u het notatieformulier maar bij. Betreffende speler houd je dan extra in de gaten.

Bij een controleronde blijkt dat hij het weer niet nauw zo neemt met de notatieplicht.

Welke gereedschappen heeft een arbiter dan? Hij kan weer een waarschuwing geven.

Deze keer met de toevoeging dat dit de tweede waarschuwing is en dat bij een volgende keer de partij verloren wordt verklaard bij (artikel 13.4.d). U raadt het al: er kwam een volgende keer en ik verklaarde de partij voor hem verloren. Ik kwam weg zonder molestatie.

 

Elders op onze onvolprezen website hebt u het verhaal al kunnen lezen over de beoogde toekomstige eerste klasser Promotie 4. Bij gelijke stand was nog één partij bezig.

Wit, speler van BF-Wassenaar: Koning+Loper.

Zwart, Jan Busman: Koning+pion.

Met minder dan 2 minuten had zwartspeler al remise aangeboden. Gezien de stand van de klokken besloot de witspeler om door te spelen. De FIDE-regels verbieden een dergelijke handelswijze niet.

Enkele keren mompelde Jan dat het toch remise is, maar daar kan ik als scheidsrechter niks mee.

Artikel 10.2 is wat dat betreft duidelijk: klok stilzetten en de arbiter waarschuwen en remise claimen.

Vermoedelijk had ik dan gebruik gemaakt van artikel 10.2.b wat ons vertelt dat de scheids zijn beslissing uitstelt en dat hij de partij in zijn aanwezigheid laat voortzetten. Na het vallen van de vlag deelt de scheids de uitslag mede. Wat ik dan zou hebben besloten, kunt u wel raden: remise!

 

De vlag van Jan viel op het moment dat de witte loper op d1 stond en de zwarte pion op d2.

Dan treedt artikel 6.10 in werking: de stelling is remise als de tegenstander jou niet mat kan zetten door welke reeks reglementaire zetten dan ook (zelfs bij het slechts mogelijke tegenspel).

Vooral de laatste toevoeging is van belang. Er zijn stellingen denkbaar dat zwart mat wordt gezet. Bijvoorbeeld: wit haalt zijn loper weg van d1. Zwart promoveert zijn pion tot paard. Loopt met zijn koning naar h1 en zet zijn paard op f3. Ondertussen zet wit zijn koning op f2 en zijn loper op h3.

Zwart speelt Pf3-h2 en na Lh3-g2 is het mat!

 

Na het verloren verklaren van de partij ontstond geroezemoes. Velen beweerden dat het remise was, een enkeling riep uit te stoppen met schaken als het geen remise was en er gingen stemmen op om protest in te dienen (tegen de eigen(!!!) clubscheidsrechter).

 

Op zo’n dag dringt het besef door hoe moeilijk het is om te fluiten.

Je offert je vrije avond op en in het gunstigste geval word je niet gemolesteerd.

Een bedankje kan er niet van af en een biertje (of twee) zit er zeker niet in.

Héé, waar hebt u deze alinea eerder gelezen?

 

De FIDE Regels voor het Schaakspel is een boekwerk van 19 bladzijden.

De pagina’s 1-6 en 14-19 mag u snel doorlezen; ter kennisname.

Het serieuze werk staat op de bladzijden 7-13. Dat zijn welgeteld 7 (zeven) bladzijden!

 

Aardig om te vertellen is dat vorig seizoen Promotie 8 met een half bordpunt voorsprong kampioen is geworden … omdat wij vanwege een spelregel een vol bordpunt claimden.

 

Dame en heren Promotianen, hierbij het verzoek om een uurtje vrij te maken voor wat leesplezier.

U leert dan de kleine letters kennen. Het bespaart u een nul (en de scheidsrechter een mogelijke molestatie) of het levert u een halve of zelfs een heel punt op.

 

“Elk einde is de start van een nieuw begin”.

 

Scroll naar boven