De interne competitie is alweer een tijdje aan de gang. “Het gaat dit jaar spannend worden” zou zo menige wedstrijdleider-intern in het clubblad van zijn vereniging schrijven. Onze Eggink doet dat wijselijk niet. Hij weet namelijk wel beter: het gaat helemaal niet spannend worden. Na ruim dertig ronden hebben we een clubkampioen waarvan de naam nu al vaststaat. Als onze Bernard gewoon doorgaat met ademhalen, niet fanatiek achter de wijven aangaat en tijdens het autorijden dikke bomen weet te vermijden, dan krijgt hij de beker volgend jaar weer. En niemand anders.
Een competitie organiseren die niet spannend is, is de dood in de pot. Hier moet nodig wat op gevonden worden! Ik heb mijn grijze cellen aan het werk gezet. Gevoed met een mengeling van tonijnsalade met appeltjes, wijn en tabak kwamen die cellen tot het volgende idee, luistert!
We hebben nu een systeem waarbij we punten verzamelen en wie de meeste punten heeft is de clubkampioen. Overboord met dit systeem, we doen het anders! Wij gaan spelen als voorheen, maar aan het eind van de rit levert iedereen zijn beste drie partijen in bij een commissie -niet gaan zeuren over de details svp- en die bepaalt wat de geweldigste partij geweest is van het seizoen, rekening houdend met sterkte, leeftijd … De man met de geweldigste partij is clubkampioen, basta!
Dit is een mooi systeem: schaken als jury-sport, clubkampioen in schoonheid. Dat is weer eens wat nieuws. De uitkomst is niet echt voorspelbaar, de spanning derhalve weer helemaal terug. Het volgende relaas mag dat verduidelijken.
Toen de schoonheidsprijzen voor het afgelopen seizoen bepaald moest worden, bleek er weinig materiaal ingeleverd te zijn. Webmaster Willem heeft toen maar alle partijen die ooit op onze webstek waren verschenen integraal naar de commissie doorgestuurd. Er zaten twee partijen van mij bij en geen daarvan zou ikzelf hebben voorgedragen. Die onverwachte nominatie door Willem was geen reden tot paniek. Die twee partijen zouden niet worden opgemerkt, ik zou niet op de mestkar worden geheven. Maar tijdens de prijsuitreiking bleek ik de tweede prijs te hebben gewonnen voor de ingeleverde remisepartij tegen Bernard. Ik begon spontaan te urineren (of was dat in mijn droom die nacht?). In die partij had ik op het laatst nota bene de winst laten lopen. Verklaarbaar vanwege de tijd die mij restte, zeker. Maar ik had nooit gedacht dat de commissie zo’n mislukte partij op de tweede plaats zou zetten. Dat Igor en Maarten Wichhart met hun meesterwerkjes in de prijzen vielen was niet onverwacht te noemen, maar mijn partij zou tot felle discussie aanleiding hebben kunnen geven Dat is nu het aardige van jury-sporten. In het huidige waarderingssysteem neemt iedereen gezapig kennis van het onvermijdelijke. In het nieuwe systeem, echter, heeft iedereen wel een kans om clubkampioen te worden. Én er is bovendien altijd wel reden tot verhitte discussie, tot felle onenigheid. Elkaar de tent uitvechten over de ware clubkampioen: keep the place boiling, gents!
Ik denk dat ik mijn punt gemaakt heb. Bij de volgende ledenvergadering moet ik dit idee op de agenda zien te krijgen. Gna!
