Schaken in strips

Schaken in strips  door Henk Alberts

Voor de Motiefgroep schaken (de landelijke vereniging waarvan de leden zich bezig houden met het verzamelen van allerlei zaken op het gebied van

schaken) heb ik onlangs met een aantal anderen een 44 pagina’s tellende dikke special over schaken in stripverhalen afgerond. Een ‘schaakstrip’ is daarbij een stripverhaal waar in meer of mindere maten schaken in voor komt. (Rob de Vries heeft in eerdere clubbladen al wel eens wat voorbeelden laten zien.) Denkt u nu niet dat er maar een paar, bijvoorbeeld enkele tientallen, stripverhalen met daarin schaken te vinden zijn. Inmiddels heb ik namelijk een catalogus kunnen opbouwen met daarin circa 560(!) titels.

 

WLucky Luke

Een catalogus welke nog bijna elke dag groeit. Daarbij is er amper een bekende strip (Donald Duck, Asterix, Lucky Luke, Kuifje, de Smurfen, Popeye, Felix de Kat, Storm, Prins Valiant, Batman, Superman enz. enz.) te noemen of er bestaat wel een schaakfragment van. Helaas kan ik onderstaand slechts een beperkt aantal voorbeelden de revue laten passeren.

 

Het oudste stripverhaal stamt uit 1845, namelijk de welbekende Meester Prikkebeen, getekend door de Zwitser Rudolph Töppfer. De oudste schaakstrip is van veel recenter datum, namelijk een fragment uit 1929 uit de 1e Franse druk van “Kuifje au pays de Soviets” (Kuifje in de Sovjet Unie.) Zie hiernaast. Ik vermeld hierbij nadrukkelijk dat het om de 1e en Franse druk gaat; dit fragment bestaat dus niet in een Nederlandse versie.

Wel duikt de Russische generaal waar Kuifje hier tegen zit te schaken later weer in “Kuifje, het gebroken oor” in het Zuid-Amerikaanse San Theodoros op. Dan heet de man generaal Alcazar en deze keer speelt hij zelfs meerdere schaakpartijen tegen onze avontuurlijke reporter. Dit laatste boek is wel in het Nederlands verschenen, namelijk in 1945, en is daarmee dan meteen de oudste in Nederland verschenen schaakstrip.

 

sovjets

Laten we ons eens op de Nederlandse strips concentreren. Want van één van de oudste en bekendste Nederlandse stripfiguur, Ollie B. Bommel met zijn onafscheidelijke Tom Poes, zijn er bijvoorbeeld maar liefst 3 uitgaven volledig aan het schaken gewijd. De eerste Tom Poes strip (Tom Poes en het geheim van de Blauwe Aarde) verscheen al vanaf 16 maart 1941 in het toenmalige dagblad De Telegraaf / Nieuws van de Dag. Aanvankelijk was Tom Poes de hoofdfiguur van deze door Marten Toonder getekende strip, maar in het derde avontuur, (‘In den toovertuin’) stapt een zekere Heer Olivier B. Bommel de verhalen binnen. In de loop van de tijd wordt heer Bommel een vast karakter in de strips, welke na verloop van tijd zelfs tot de hoofdpersoon uitgroeit.


 

 

Van Ollie B. Bommel zijn de drie schaakstrips eigenlijk alle drie gebaseerd op hetzelfde verhaal. Dit verhaal is eenvoudig: Ollie B. Bommel moppert iets over hoe lastig het is voor een heer van stand om een kasteel als Bommelstein te onderhouden. Dan verschijnt de slechte tovenaar Zwarte Vleer, die daar wel wat op weet. Hij laat het kasteel krimpen, totdat er niet meer dan een schaakstuk (een witte toren) over blijft. Heer Ollie gaat naar het hof van de Koning om zich te beklagen. Echter ook daar verschijnt de Zwarte Vleer en ook de Koning, Koningin, raadsheer Markies de Canteclaer, de soldaten en wat dies meer zij schaakstukken. Tom Poes verzint een list, waardoor hij en heer Ollie door weten te dringen tot het berghol van de Zwarte Vleer. Daar knoeit heer Bommel wat onhandig met de toverspreuken van Zwarte WDSC03111

 

 

WSchaakspel-24

Vleer, waarna hijzelf, Tom Poes, maar ook de Zwarte Vleer met zijn gehele gevolg in schaakstukken veranderen. Het moet dus op het schaakbord tussen de witte en zwarte stukken uitgevochten worden. Uiteraard lijken eerst de zwarte stukken te gaan winnen. Echter uiteindelijk weet de witte pion Tom Poes de overkant te bereiken, hij promoveert, groeit en mept dan de zwarte Koning, de Zwarte Vleer van het bord. Daarmee hebben de goeden, de witte stukken gewonnen en allen krijgen hun normale formaat terug.

 

Dit basisverhaal verscheen oorspronkelijk in zwart-wit als vervolgstrip met tekstballonnen in Wereldkroniek, 1952 (40-50) en 1954 (42-50). In 1974(?) wordt dit verhaal als illegale uitgave (dus buiten medeweten van Marten Toonder om)

uitgegeven onder de titel “Tom Poes en het betoverde schaakbord.” Het betreft een klein boekje met oranje kaft, 31 pagina’s op A5-formaat. Hoewel de oplage naar verluid grotendeels in beslaggenomen en vernietigd zou zijn, is dit boekje af en toe nog wel eens ergens te koop. Het verhaal werd veel later – in 1981 – door Marten Toonder zelf nogmaals herbewerkt, hertekend en hertekst en uitgegeven bij uitgeverij Oberon onder de titel “Tom Poes en het betoverde schaakspel.” Tussendoor verscheen er een – waarschijnlijk als reclame-uitgaven – door CCF (Coöperatieve Condensfabriek Leeuwarden) uitgegeven stripboek onder de titel “Tom Poes en de Zwarte Vleer.” Dit boek betreft een veel volwassener geheel dan het wat kinderlijkere verhaal van de andere uitgaven. In grote lijnen is het verhaal echter hetzelfde.             

 


 

En vergeet ook een andere bekende Nederlandse strip namelijk Appie Happie niet. Dit is de bekendste krantenstrip van striptekenaar Dik Bruynesteyn. In het enige Nederlandse stripmuseum in Groningen loopt er nog tot en met zondag 30 september een tentoonstelling over Appie Happie. De strip Appie Happie kent verschillende losse gagstrips met schaken. En daarnaast is er de helaas nooit in boekvorm verschenen strip “Appie Happie in het HoogBoven Toernooi.” Dit betreft een verhaal waarin onze bananenbijtende landgenoot een nieuwe schaakopening ‘het Appiaans’ introduceert in zijn partij tegen niemand minder dan Bobby Fiesjer. Helaas gaat er iets mis, waardoor Appie Happie niet in staat is om met zijn laatste overgebleven paard de beslissende matzet uit te voeren. Door de tijdsoverschrijding van Appie Happie wint een juichende Bobby Fiesjer deze match over één winstpartij(!)

WDSC03352

 

 

En wie kent niet de vele FC Knudde-gags van striptekenaar Toon van Driel. Voor de invoering van de computer waren dit de vaste waarden voor elke clubblad redacteur om daarmee de witte vlekken in het clubblad op te vullen. Daarbij is de FC Knudde een voetbalteam waarvan de bizarre belevenissen al vanaf 1973 te volgen zijn in

 

WDSC03365

 

 

 

bijvoorbeeld het Algemeen Dagblad, de Eppo, de Veronicagids etc. De dagelijkse stripjes waren een dankbaar medium voor Van Driel om alle vooroordelen, meningen en komische gebeurtenissen op en rond het voetbalveld uit te werken tot grappige

 

WDSC03362

 

stripjes van maximaal 3 plaatjes. Met name de karakters Jaap (een verdediger) en Dirk (de keeper) zijn zeer bekend geworden door de vele terugspeelballen van Jaap op de keeper ("Tikkie trug, Jaap!"). Inmiddels zijn er al 34 stripalbums van FC Knudde verschenen. En af en toe maken de karakters uit het voetbalelftal uitstapjes naar andere sporten zoals atletiek, zwemmen en gelukkig ook schaken. Heel sterk waren daarbij ook de persiflages op de actualiteit, zoals bijvoorbeeld op de vele en lange matches Karpov-Kortsnoi en Karpov-Kasparov.

 


En Toon van Driel is ook de geestelijke vader van andere minder bekende gagstrips, zoals bijvoorbeeld de Stamgasten en Felis Leo III, alwaar het schaakspel ook af en toe te bewonderen is. En ook de strip over André van Duin komt van de hand van Van Driel. En ook André van Duin komt van tijd tot tijd met het edele schaakspel in aanraking. Momenteel zijn er 6 van deze strip(je)s bekend.

WDSC03364

ESC03239

 

Een andere stripfiguur waarvan in Nederland veel schaakstrips te vinden zijn is Donald Duck. Donald Duck is waarschijnlijk één van de bekendste stripfiguren ter wereld. Deze driftige eend, voortgekomen uit de Disney Studio’s, was eerst een bijfiguur in de filmavonturen van Mickey Mouse. Zijn eerste optreden was in 1934 (in “The wise little hen”). Donald maakte met zijn onverstaanbare gesnater zoveel indruk bij het publiek dat hij op veler verzoek vanaf 1937 zijn eigen tekenfilmpjes kreeg. In 1938 startte in Amerika een dagelijkse Donald Duck krantenstrip. Vanaf de jaren ’40 verschenen langere avonturen in kleine comic-boekjes. Vanaf dat moment beleeft Donald de prachtigste avonturen. Hij wordt daarin bijgestaan door zijn slimme neefjes Kwik, Kwek en Kwak, zijn "vriendin" Katrien en zijn stinkend rijke oom Dagobert. Uiteraard wordt hij in al zijn

avonturen ook tegengewerkt door slechteriken zoals De Zware Jongens, Zwarte Magica en Madame Mikmak. Ook gaat hij regelmatig de strijd aan met zijn neef Guus Geluk (bij wie succes en geluk altijd komen aanwaaien).

 

Vanaf 1952 heeft Donald zijn eigen Weekblad in Nederland waarin hij al zijn avonturen beleefd. Er zullen maar weinig gezinnen in Nederland zijn waar dit blad niet enige tijd op de deurmat is gevallen. Al was het maar via De Leesmap. Naast de belevenissen van Donald en zijn vriendjes kom je in het Weekblad ook de avonturen tegen van Mickey Mouse en diens vrienden Goofy en   

ESC03237


 

Pluto. Ook mindere helden als Midas Wolf en Broer Konijn komen regelmatig in de Donald Duck opdraven. In al deze stripverhalen (en dat zijn er dus heel wat) komen Donald en zijn kompanen uiteraard ook in aanraking met het edele schaakspel. Hieronder zijn een paar voorbeelden opgenomen.

 

Veel van bovenstaande strips Uit Nederland zijn ook in met name België en Frankrijk bekend. In die landen bestaat(bestond) er dan ook een levendige stripcultuur, welke gevoed en geïnspireerd werd door stripbladen als Kuifje (Tintin), Robbedoes (Spirou), Sjors, Eppo, Pilote, Pif en Donald Duck. En door de tweetaligheid van België werden bovendien veel Franstalige strips in het Nederlands vertaald en vice versa. Een land als bijvoorbeeld Duitsland kent een veel beperktere stripcultuur. Hier treft men veelal uit andere talen vertaalde strips. Daarnaast zijn er in Duitsland een paar stripbladen zoals de Yps (maar ook weer gebaseerd op het Franse Pif), Fix und Foxi en heel veel Donald Duck waar wel het nodige aan strips met schaken is terug te vinden.

 

Tot slot wil ik hier twee andere typische striplanden nog even kort aanstippen, namelijk de Verenigde Staten van Amerika en Japan. In de Verenigde Staten van Amerika ontstond er in en na de tweede wereldoorlog een heel ander soort comics, namelijk stripverhalen / comics met Amerikaanse superhelden als Spiderman, Superman, Batman en vele, vele navolgers. Het gaat hierbij dan vooral om wekelijks uitkomende ‘boekjes’ van uitgevers als DC en Marvel. Als schaakstrips levert dit verschijnsel

ons een behoorlijk aantal titels op. Het gaat hierbij soms om een verhaal met ‘chess’ in de naam, soms om een verhaal met daarin een ‘schaak-plot’. (Dit laatste dan vooral een Amerikaanse superheld, die op een schaakbord “het kwaad”, namelijk de zwarte stukken, dient te verslaan.) Echter vooral zijn er de boekjes met op de voorpagina een mooie schaakafbeelding (vaak weer de verkleinde schaakstukken die tegen hun vijanden strijden.) Jammer is daarbij wel, dat er dan meestal in het hele boekje geen spoor van schaken meer te bekennen valt.

 

En tenslotte is er het aparte stripland Japan met zijn zogenoemde Manga-strips. De Manga-strips zijn er in het Japans, danwel vertaald naar het Engels en/of het Duits. (Nederlandse vertalingen ben ik niet tegen gekomen.) De Manga-strips zijn wat dikkere boekjes vaak uitgegeven als een serie, een reeks bij elkaar horende boekjes met een vervolgverhaal. Heel apart – en ook wel even wennen – is dat deze Manga-strips van rechts naar links geschreven zijn. Je begint dus (naar onze

Scroll naar boven