Kasparov factor

DE KASPAROV FACTOR

DE KASPAROV FACTOR

Slechts weinigen weten dat de beste sjoelbak spelers van de wereld in Nederland wonen en wel in de provincie Groningen. Om precies te zijn in Pieterburen. Mijn klasgenoten en ik keken nogal op van deze bewering van onze docent Gerhard Bakker. Wie was dan wel die wereldkampioen sjoelbakken die in Pieterburen woonde? Dat was zijn broer! Glimlachend voegde hij er tussen neus en lippen door aan toe dat hijzelf ietsje sterker sjoelbakte dan zijn broer. Toen wisten we wel beter. Gerhard Bakker is overigens een van onze beste correspondentiedammers. Van hem verscheen onlangs het boekje Dammen zonder dammen: 495 miniaturen.

De anekdote die Bakker vertelde is mij altijd bijgebleven. Ze illustreert op een aardige manier dat iedereen op de wereld hoogstens zes stappen van je af staat. Een spel dat dit ook doet is het Six Degrees of Kevin Bacon spel dat drie Amerikaanse studenten in 1993 verzonnen. Het idee achter dit spel is simpel. Noem de naam van een acteur of actrice en daag iemand uit om hem of haar via een zo kort mogelijke keten films in verband te brengen met Kevin Bacon, acteur in onder meer Footloose en Apollo 13. De keten moet lopen via de namen van gemeenschappelijke acteurs of actrices in de rolbezetting van de films. Het Bacon orakel van de Universiteit van Virginia op het Internet laat zien dat een afstand van zes films groot is. De gemiddelde afstand van de acteurs of actrices tot Kevin Bacon blijkt zelfs minder dan drie te zijn. Een opmerkelijk fenomeen.

Een variant op dit spel is het Six degrees of Garry Kasparov spel. Hierbij gaat het om de vraag wat je Kasparov factor is? Dat wil zeggen je afstand tot de wereldkampioen schaken. Mijn Kasparov factor is tot mijn grote tevredenheid klein. Garry Kasparov verloor, vlak nadat hij het wereldkampioenschap op Karpov veroverd had eind 1985 in Hilversum van Jan Timman, NiC 86/1. In 1979 werd Gert Ligterink kampioen van Nederland voor Timman van wie hij een belangrijke partij won, SN 5/79. Tijdens het Nederlands jeugdkampioenschap van 1968 won ik mijn partij van Gert Ligterink, SN 5/68. Dit leidt tot een Kasparov factor van drie. Niet gek vind ik. Het is zonneklaar dat tussen elke schaker en Garry Kasparov zo’n keten bestaat. Een speciale categorie schakers bestaat uit schakers met een Kasparov factor van een. Twee is natuurlijk ook uitstekend. Voor iedereen geldt echter dat zelfs de wereldkampioen schaken hoogstens zes of zeven stappen van je af staat!

J.W. Meijer – G. Ligterink (Amersfoort, 1968; reconstructie).

1. e2-e4 c7-c5 2.Pg1-f3 d7-d6 3.d2-d4 c5xd4 4.Pf3xd4 Pg8-f6 5.Pb1-c3 a7-a6 6.Lf1-c4 e7-e6 7.0-0 b7-b5 8.Lc4-b3 Lc8-b7 9.f2-f3?! Een mindere zet. 9.Lf8-e7 10.Lc1-e3 0-0 11.Dd1-e2 Pb8-d7 12.Ta1-d1 g7-g6 13.Le3-h6 Tf8-e8 14.De2-f2 b5-b4 15.Pc3-b1 d6-d5 Het zwarte voordeel is onmiskenbaar. 16.e4xd5 Pf6xd5 17.c2-c4 Pd5-f6 18.Lb3-a4 Dd8-c7 19.b2-b3 Te8-d8 20.La4xd7 Pf6xd7 21.Lh6-e3 Td8-e8 22.Pd4-e2 Ta8-c8 Timman 22.e5. 23.f3-f4 Een verrassing voor zwart. 23.f7-f5 24.Pe2-g3 Le7-h4 25.Pb1-d2 Pd7-f6 26.Pd2-f3 Pf6-h5 Overziet iets. 27.Pf3xh4 Zwart gaf onthutst op. Hans Böhm werd in 1968 jeugdkampioen van Nederland. Ik deelde met enkele anderen de derde plaats. Gert Ligterink eindigde als tweede.

Het valt me op dat steeds vaker schakers zich blind staren op hun ELO rating. Een paar punten minder en ze zitten in zak en as. Dit volkomen ten onrechte zoals uit bovenstaande tekst blijkt. De juiste benadering van het schaakspel is te streven naar het verkleinen van je Kasparov factor. Bij Promotie kunnen we hiervoor ook de Bernard Bannink factor nemen. Zo’n factor schept een persoonlijke band. Dit in tegenstelling tot de ELO rating die deze band terugbrengt tot een koud nietszeggend getal. De Kasparov factor spoort ook beter met het feit dat zelfs zeer sterke schakers psychologisch gezien dichtbij ons staan. De grote afstand die het verschil in ELO punten suggereert is misleidend. Iedereen die weleens van een veel zwakkere schaker verloren of van een veel sterkere schaker gewonnen heeft zal dit onmiddellijk beamen. Dankzij de Bannink factor wordt een avondje schaken op de club pas echt leuk. Niet alleen je eigen partij telt dan mee maar ook alle andere die er die avond gespeeld worden. Anderen kunnen jouw Bannink factor, en op die manier je Kasparov factor, verkleinen. Waar het uiteindelijk omdraait is dat je Bannink en Kasparov kunt vertellen dat het slechts een kwestie van tijd is en ze zullen een zware pijp roken. In elke schaker schuilt op deze manier een potentieel club- en wereldkampioen. Eén keer een partij winnen is al voldoende om aan dit spel mee te doen.

Als simultaanpartijen meetellen dan is mijn Kasparov factor twee. In Zoetermeer won ik in 1987 tijdens het lustrum van Promotie van Jeroen Piket die in 1995 in Tilburg van Garry Kasparov won, NiC 95/4. Onlangs ontmoette ik in Leidschendam bij KPN Research tijdens een simultaan Ivan Sokolov, de kampioen van Nederland van 1995. In zijn boek Sokolov’s best games zie ik dat hij in 1991 in Corfu van Piket won. Kasparov komt in dit boek nog niet voor, maar het lijkt me een kwestie van tijd en Sokolov zal van hem winnen.

Ivan Sokolov – J.W. Meijer (Leidschendam, 11 april 1998)

1.e2-e4 c7-c5 2. Pg1-f3 d7-d6 3.d2-d4 c5xd4 4.Pf3xd4 Pg8-f6 5.Pb1-c3 a7-a6 6.Lc1-e3 e7-e6 7.Lf1-e2 Lf8-e7 8.0-0 Dd8-c7 9.f2-f4 0-0 10.a2-a4 b7-b6 11.Le2-f3 Lc8-b7 12.Kg1-h1 Pb8-c6 13.e4-e5 Pf6-e8 14.e5xd6?! Een prettige verrassing. 14.Pe8xd6 15.Dd1-e1 Pd6-c4 16.Pd4xc6 Lb7xc6 17.Le3-d4 Tf8-d8 Of kon ik hier wellicht toch 17.Pc4xb2!? spelen? Deze zet leek me tegen Sokolov te riskant. 18.Pc3-e2 Pc4-d6 19.De1-c3

WyyyyyyyyX
xCaAcAaGax
xaAfAeBbBx
xBbEdBaAax
xaAaAaAaAx
xHaAkAhAax
xaAlAaKaAx
xAhHaJaHhx
xiAaAaIaMx
ZwwwwwwwwY

Op het eerste gezicht een onaangename verrassing. Wit valt zowel de zwarte loper op c6 als de zwarte pion op g7 aan. Manuel Nepveu en Frits Hoorweg, die als gasten van KPN meespeelden, beaamden de ernst van de situatie. Het was een geluk bij een ongeluk dat het zwarte voordeel groot genoeg was om de strijd voort te zetten. 19.Ta8-c8 20.Ld4xg7? Op het tweede gezicht had deze zet tot verlies moeten leiden. 20.Lc6xf3 21.Tf1xf3 Dc7xc3? Als Sokolov niet zo razendsnel weer voor mijn bord had gestaan dan had ik 21.Db7! wel gevonden. Zowel 22.Dd4 als 22.De3 falen dan op 22.Pf5!, terwijl 22.De5 Tc5! 23.Tg3 Te5 24.Lh6 weerlegd wordt door 24.Tg5!. Het winnen van de partij was dan verder eenvoudig. 22.Lg7xc3 Pd6-e4 23.Ta1-e1 Pe4xc3 24.Tf3xc3 Tc8xc3 25.Pe2xc3 Le7-f6 26.Te1-d1 Td8-c8 27.Td1-d3 Tc8-c4 Eenvoudiger was 27.b6-b5 28.a4xb5 a6xb5 en de dreiging 29.b5-b4 leidt naar remise. 28.g2-g3 Lf6xc3 29.Td3xc3 Tc4xa4 30.Kh1-g2 Ta4-b4 31.b2-b3 Op 31.Tc3-b3 volgt 31.Tb4-c4. 31.Kg8-g7 32.Kg2-f3 Kg7-g6 33.Tc3-c6 Kg6-f6 34.g3-g4 Kf6-g7 35.h2-h4 h7-h6 36.h4-h5 Tb4-b5 37.Tc6-c7 e6-e5 38.g4-g5 Hardnekkiger was 38.f4xe5 Tb5xe5 39.c2-c4 waarna ik 39.a6-a5 van plan was. Andere zetten lijken niet in aanmerking te komen. Na 40.Kf3-f4 Kg7-f6 41.Tc7-c6 Te5-e6 lijkt de zwarte stand houdbaar. 38.e5xf4 39.g5xh6 Kg7xh6 40.Tc7xf7 Kh6xh5 41.Kf3xf4 Kh5-g6 42.Tf7-a7 a6-a5 43.Kf4-e4 Kg6-f6 44.Ke4-d4 Kf6-e6 45.Ta7-h7 Tb5-b4 Remise.

Aan het einde van de middag bleek dit een van de vier remises te zijn die Sokolov toe had moeten staan. Frits Hoorweg, de laatste der Mohicanen, smaakte nog het genoegen dat Sokolov aan het einde van de middag tegenover hem op een stoel plaatsnam. Het was jammer voor Frits dat de remise, die steeds binnen handbereik had gelegen, vlak voor het einde van de partij plotsklaps uit het zicht verdween.

’s Morgens had Jan Timman bij KPN Research een interessante lezing gegeven over de Noteboom variant [1.d4 d5 2.c4 e6 3.Pc3 c6 4.Pf3 dxc4], een variant van het Slavisch die vernoemd is naar Daniël Noteboom die in 1932 op jonge leeftijd stierf. Het boekje Play the Noteboom van Mark van der Werf en Teun van der Vorm, twee KPN collega’s, prijkt nu voorzien van de handtekeningen van Mark, Teun en Ivan op mijn boekenplank als aandenken aan deze simultaan. Nu nog Garry Kasparov in een direct treffen verslaan.

Hans Meijer.

Scroll naar boven