Lessen jeugd


 1 2 3 4 5

**01. Maakt niet uit wie aan zet is , altijd remise. Zwart speelt altijd recht achteruit. Als wit bv naar e5 gaat, neemt zwart de oppositie.
**02. Maakt niet uit wie aan zet is. Als wit de zesde rij met zijn koning kan bereiken voor zijn pion, wint hij altijd
**03. Wit of zwart aan zet: wat wordt het? Bereikt zwart het vierkant, dan is het remise. Wit aan zet wint, zwart aan zet remise.
**04. Wit of zwart aan zet: wat wordt het? Oppositie. Wit aan zet remise, zwart aan zet: wit wint.
**05. Wit of zwart aan zet: wat wordt het? Verre oppositie. Altijd remise.


 6 7 8 9 10

**06. Wit of zwart aan zet: wat wordt het? Rand pion remise als zwart a8 kan bereiken of wit aan de rand kan opsluiten.
**07. 1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pc3 Lg7 4.e4 d6 5.f3 0-0 6.Le3
In het Konings-Indisch is het van belang de lange diagonaal h8-a1 te ondersteunen. Deze diagonaal is sterk voor zwart. Mogelijke plannen daarvoor zijn:
Pc6 gericht op d4, c5 gericht op d4, b5-b4 gericht op c3, Tb8 gericht op b2, Da5 gericht op c3.
Als wit gedwongen kan worden b2-b3 te spelen wordt de diagonaal nog sterker voor zwart.
Met d7-d5 sluit zwart de lange diagonaal. Er volgt dan een ketenstrijd waar we vandaag op ingaan.
**08. 1.d4 d5 2.c4 e6 3.Pc3 Pf6 4.Lg5 Le7 5.Pf3 0-0 6.e3
Probleem in het Damegambiet: hoe bevrijdt loper c8 zich? Plan voor zwart: :dxc4, Pd5 en e6-e5 zodat loper c8 een open diagonaal krijgt. Voorbeeld:
6…Pbd7 7.Tc1 c6 8.Le3 dxc4 9.Lxc4 Pd5 10.Lxe7 Dxe7 11.0-0 Pxc3 12.Txc3 e5
**09. Vandaag openingen met ketenstrijd.
Konings-Indisch, Frans, Benoni, Wolga, enz.
Een keten kan het beste aan de basis aangevallen worden. In het voorbeeld pion d4 van wit en pion e6 van zwart. Na ruil ontstaan er (half)open lijnen van de torens. De aanval kan versterkt worden met paarden en lopers gericht op de basis van de keten.
**10. Wit aan zet: wat wordt de uitslag? Wit kan zwart op de h-lijn vastzetten. Remise. 1 Pf2 h2 2 Ph1 Kxh1 3 Kf2


 11 12 14 15 16
**11. Spaans met ruil op c6. Wat is de aanpak? 1. e4 e52. Pf3 Pc6 3.Lb5 a6 4.Lxc6 dxc6 5.d4 Als wit nu op d4 tegen e5 ruilt en in staat is verder alle stukken te ruilen wordt de pionnenstructuur als hiernaast getoond. Wit heeft doorbraakmogelijkheden op de koningsvleugel.
**12. Goede en slechte loper. Wit aan zet, wat wordt de uitslag? 1.Lh6! en 2.Lxg6 en wit wint.
**13.Wolgagambiet
1. d5 Pf6 2. c4 c5 3. d5 b5 4. cxb5 a6 Het meest wordt hier gespeeld A. 5. bxa6
Andere mogelijkheden zijn 5. b6 5. e3 5.f3 5. Pc3
Het plan van zwart bestaat eruit de zware stukken op de a en de b lijn te plaatsen. Samen met de sterke loper op g7 ontstaat er een sterke druk op de damevleugel.
A. 5. bxa6 Lxa6. (De andere mogelijkheid is eerst 5….g6 te spelen) 6. Pc3 g6 7. e4 (de andere mogelijkheden zijn 7.Pf3 en 7.g3) 7…Lxf1 8. Kxf1 d6 (er dreigt e5) 9. Pf3 (de andere mogelijkheid is 9. g3, een enkele keer wordt 9. g4 gespeeld)
9…Lg7 10. g3 0-0 11. Kg2 Pbd7 12. Te1 (zwart moet op het plan e4-e5 spelen) Er zijn nu vele mogelijkheden alle afhankelijk waar de dame naar toe moet. Het meest logisch lijkt 12…Da5. 13. h3 (om Pg4 onmogelijk te maken) 13…Tfb8 14. e5 dxe5 15. Pxe5 Pxe5 16. Txe5 (zwart kan nu de e-pion met een toren dekken. ) 17….Ta7 18. De2 Tbb7
**14. Wat is het plan voor wit?Je moet hier het kenmerk van de loper van de verkeerde hoekkleur zien. Dus 1.La4 Kc5 2.cxb5 axb5 3.Lxb5 en zwart kan niet meer winnen.
**15. Wit en zwart aan zet. Uitslag?
**16. Wit en zwart aan zet. Uitslag?


 16 17 18 19 20
**17. Wit en zwart aan zet. Uitslag?
**18. Wit begint. Wat wordt de uitslag en waarom?
**19. Wit begint. Kan wit de d-lijn in bezit nemen?
**20. Wit begint. Wie staat er beter en waarom? Wat zal wit spelen?
**21.
**22. Carlsen,M (2484) – Kasparov,G (2831) [D52], Rapid Reykjavik ISL (1.1), 18.03.2004, [Almira Skripchenko] 1.d4 Carlsen probably wants to avoid the Najdorf against Kasparov. 1…d5 2.c4 c6 3.Nf3 Nf6 4.Nc3 e6 5.Bg5 Nbd7 [5…dxc4 The Botvinnik System is the sharpest line available here. Is Kasparov afraid to play something as dangerous as this against a child who calculates like a computer?] 6.e3 Qa5 Kasparov plays the Cambridge Springs, which is not as volatile as theBotvinnik. 7.Nd2 Bb4 8.Qc2 0-0 9.Be2 e5 10.0-0 exd4 11.Nb3 Qb6 12.exd4 dxc4 13.Bxc4 a5 14.a4 Qc7 15.Rae1 h6 16.Bh4 Bd6 17.h3 Nb6 [17…g5? is met by 18.Qg6+ :-)] 18.Bxf6 Nxc4 19.Ne4 Bh2+ [19…Be6 20.Nxd6 Nxd6 is actually better than what happened in the game] 20.Kh1 Nd6 21.Kxh2 Nxe4+ 22.Be5 Nd6 23.Qc5 [23.d5 Rd8 24.Nd4 wins a pawn, because 24…Bd7 loses to 25.Nb5] 23…Rd8 24.d5 Qd7 25.Nd4 Nf5 26.dxc6 bxc6 27.Nxc6 Re8 28.Rd1 Qe6 29.Rfe1 Bb7 30.Nd4 [The kid has Kasparov sweating, but he sees that after 30.Nxa5 there are enormous complications arising from 30…Bxg2 When you are a pawn up against the world’s strongest player you do not want to give him this kind of counterplay, but rather to simplify the position and win in the endgame :-)] 30…Nxd4 31.Qxd4 Qg6 32.Qg4 [When you are a pawn up and have opposite colour bishops it is usually better to keep the queens on the board. I would have have played 32.f3 ] 32…Qxg4 33.hxg4 Bc6 34.b3 f6 35.Bc3 Rxe1 36.Rxe1 Bd5 37.Rb1 Kf7 38.Kg3 Rb8 39.b4 axb4 40.Bxb4 Bc4 41.a5 Ba6 42.f3 Kg6 43.Kf4 h5 44.gxh5+ Kxh5 45.Rh1+ Kg6 46.Bc5 Rb2 47.Kg3 Ra2 48.Bb6 Kf7 49.Rc1 g5 50.Rc7+ [50.Bd8! Bb5 51.Rd1 Bc4 52.Rd6 Bf1 53.f4 Rxg2+ 54.Kf3 gxf4 (54…g4+? 55.Ke4 Re2+ 56.Kf5 g3 57.Rxf6+ Ke8 58.Bb6 gives White chances to win.) 55.Rxf6+ Ke8 56.Bc7 Ra2 57.Rxf4 Kd7 58.Bb6 is still a draw, but with a little more suffering for Black.] 50…Kg6 51.Rc6 Bf1 52.Bf2 Kasparov was actually lucky to escape with a draw against the 13-year-old Norwegian wunderkind. ½-½

Scroll naar boven