|
Ooievaar 1 – Promotie 4: een krankzinnige wedstrijd |
Henk Alberts |
à (zie ook het artikel van Harrie Boerkamp van dezelfde datum)
Velen spreken erover, slechts enkelen waren erbij: de krankzinnige wedstrijd tussen Ooievaar 1 en Promotie 4 op 6 januari jongstleden in Den Haag.
Vorig seizoen hadden we 3 Promotie-teams in de Promotieklasse. Het 4e – ons bierteam – weerde zich kranig, doch moest toch een stapje terug doen. Dit jaar dus in de 1e Klasse HSB. En uiteraard met Promotiekansen (dachten we). Hoe anders is het op het moment dat ik dit schrijf; Promotie 4 heeft slechts 50% en heeft maar liefst drie keer 4-4 gespeeld. Er gebeuren rare dingen in die 1e Klasse HSB. Zo was ik in december de wedstrijdleider bij de thuiswedstrijd van Promotie 4 tegen DD 4. Een wedstrijd die Promotie 4 ook leek te gaan winnen. Tot er weer een ongeluk gebeurde. Hamilcar Knops bood, in wellicht iets betere stand, remise aan. De tegenstander protesteerde luidkeels; dit was al het 2e remise-aanbod (het 1e remise-aanbod was 10 zetten eerder) en dat mocht niet volgens de man (spelregels van waarschijnlijk zo’n 50 jaar geleden). Ik smoorde het protest vrijwel meteen, doch Hamilcar verloor z’n concentratie en gaf op de volgende zet zijn dame weg. Resultaat een 4-4 eindstand.
Maar dan de wedstrijd Ooievaar 1 – Promotie 4, alwaar ik als toeschouwer (en lid van beide verenigingen) aanwezig was. Er gebeurde knotsgekke dingen in het clubhuis van de scouting aan de van der Goeslaan in den Haag:

Bezie de stelling hiernaast:
|
Bord 8: Edwin van der Leij |
|
– |
Dirk Brinkman |
Uiteraard staat wit heel goed.
Zwart bedacht echter de volgende briljante schwindel:
1. … g5 2. fxg5?? (goed is 2. e3) 2. … Tf1+
3. Kg2 (want 3. Txf1 dxe4) 3. … dxe4 4. Txd6 Txc1
en zwart stond een toren voor.
De partij ging echter verder en de onderstaande stelling werd bereikt:
Zwart speelde hier 1. … Kg6 (?) 2. Kb8 Tf7??
(van alle goede geesten verlaten, 2. … Ta5 wint nog gewoon)
3. Txb6+ Kg7, 4. Txh6 Kxh6, 5. a5, en remise gegeven, want de witte a-pion kost de zwarte toren.
En het duurde wel een half uur voordat Dirk weer aanspreekbaar was. Hij sprak met de nodige zelfspot van een ‘plusremise’.
En daar waar de overwinning van Promotie 4 eerst een zekerheidje leek, was dit inmiddels niet zo zeker meer.
Maar het gekste van de avond moest nog komen. Bezie de stelling op de volgende pagina. In deze partij heeft zwart heel lang heel moeilijk gestaan. De kansen zijn echter gekeerd
en nu lijkt wit verloren te staan. ►
|
Bord 2: Ton Thijssen – Harry Boerkamp
Maar laat deze stelling eens goed op u inwerken. Stop de stelling eens in Fritz en kijk wat die als de beste witte zet ziet. Wit vindt namelijk nog een zet waar zelfs Fritz – volgens mij – nooit op gekomen was; 1. Kxf3 !!!? (de uitroeptekens ook voor de creativiteit)
De partij ging verder met 1. … g1P++ (zwart ziet het niet en als toeschouwer zou je het wel uit willen schreeuwen, maar dat mag dus eventjes niet). 2. Lxg1? (alleen Kxe4 heft het |
dubbelschaak volledig op) 2. … Txa2+ 3. Kxe4, en na nog wat slechte zetten won wit uiteindelijk het eindspel.
Na afloop van de partij moesten we Harry vertellen wat er gebeurd was. En Harry vertelde dat hij, met nog zo’n 3½ minuut op de klok, vooral had zitten bedenken hoe hij deze onverwachtste witte ontsnapping toch over het hoofd had kunnen zien. Ton Thijssen vertelde eerlijk, dat hij pas bij 3. Kxe4 bemerkt had dat er ‘iets niet klopte’, maar dat hij toen maar gewoon doorgespeeld had.
Gelukkig voor Promotie 4 won Hamilcar – op puur doorzettingsvermogen – de laatste partij en eindigde ook deze wedstrijd nog net in andermaal een 4-4 gelijkspel.
En wat zeggen de FIDE-Regels voor het Schaakspel (officiële Nederlandse vertaling
KNSB mei 2009) hier nu van:
Artikel 7.4-a: Als tijdens een partij blijkt dat er een onreglementaire zet is voltooid, waaronder ook begrepen wordt het slaan van de koning van de tegenstander of het niet voldoen aan alle eisen aangaande promotie, moet de stelling teruggebracht worden naar de stelling onmiddellijk voorafgaand aan de onregelmatigheid. Als deze niet kan worden bepaald, moet de partij voortgezet worden vanuit de laatste vast te stellen stelling voor de onregelmatigheid. De klokken moeten worden bijgesteld overeenkomstig artikel 6.13. De artikelen 4.3 en 4.6 zijn van toepassing op de zet die de onreglementaire zet vervangt. De partij moet dan worden voortgezet vanuit deze herstelde stelling.
Artikel 7.4-b: Na de in artikel 7.4a beschreven handeling moet de arbiter bij de eerste twee onreglementaire zetten van een speler, in beide gevallen twee minuten extra tijd aan zijn tegenstander geven; bij een derde onreglementaire zet van dezelfde speler moet de arbiter de partij voor hem verloren verklaren. De partij is echter remise als de stelling zodanig is dat de tegenstander niet mat kan zetten door welke reeks van reglementaire zetten dan ook.
Artikel 13.6: De arbiter mag niet ingrijpen in een partij behalve in gevallen, beschreven in de Regels voor het Schaakspel. De arbiter mag niet meedelen hoeveel zetten er zijn gedaan, behalve bij toepassing van artikel 8.5 als tenminste één vlag is gevallen. De arbiter mag een speler niet informeren dat zijn tegenstander een zet heeft voltooid of dat de speler zijn klok niet heeft ingedrukt.
Artikel 13.7-a: Toeschouwers en spelers van andere partijen mogen niet praten over of zich bemoeien met een partij. De arbiter kan overtreders hiervan, zo nodig, uit het spelersgebied verwijderen. Als iemand een onregelmatigheid waarneemt dan mag hij alleen de arbiter daarop attenderen.
|
Kortom: je mag als toeschouwer niets roepen. Maar als iemand van de aanwezigen de wedstrijdleider had ingelicht, dan was het allemaal heel anders afgelopen…..
|
□ |

