|
Overwegingen |
Bernard Bannink |
Ik ben nog van een generatie die met schaakboeken is opgegroeid. Mijn eerste echte schaakboek was ‘Oordeel en plan’ van Max Euwe. En mijn eerste openingsboek was deel drie van praktische schaaklessen van dezelfde auteur. Omdat ik toen nog maar weinig boeken bezat bestudeerde ik deze van kaft tot kaft. Dit was in mijn vroegere openingsrepertoire terug te zien. Ook leende ik geregeld boeken uit de bibliotheek. Ik heb nu ongeveer 5 boekenplanken met schaakboeken en ben nog steeds op New in Chess geabonneerd. Toch wil ik waarschuwen dat er veel rotzooi te koop is. Ik probeer dat zeker de laatste tijd te vermijden maar het vlees is zwak en soms koop ik iets waar ik later weer verschrikkelijk spijt van heb. Zoals het vreselijke boek ‘Why i loose at chess’. Nu sprak ik daar laatst over met Willem Broekman en die zei dat hij alleen van gerenommeerde spelers boeken kocht. Nu moet ik zeggen dat sommige goede boeken die ik heb gekocht van niet al te sterke spelers zijn. ‘Killer chess repertoire’ van Aaron Summerscale is een goed boek. Zeker in de tijd zijn een aantal varianten een beetje gedateerd maar in 1997 toen ik het kocht was het hot en momenteel zijn de meeste varianten nog steeds speelbaar. Dat kan je niet van elk openingsboek zeggen. Een ander punt is de leesbaarheid van het boek. Marin schrijft een degelijk boek over de open games maar dit is alleen voor de niet-Spaanse varianten zo’n 330 pagina’s dik. Dat betekent ongeveer 600 pagina’s theorie om e4 te kunnen beantwoorden. Dat is voor amateurs een beetje veel. Wellicht is het meer iets voor spelers die al e5 spelen en dit als naslagwerk willen raadplegen zoals Mostert of Blankespoor. Het ergst vind ik de boeken die doen of ze voor alles een oplossing hebben. ‘Winning with d4’ bijvoorbeeld. Hierin staat een variant om het Slavisch te vermijden: 1 d4 d5 2 c4 c6 3 Pc3 Pf6 4 Lg5. Nu heb ik dit zelf ook een tijdje gespeeld. Zie bijvoorbeeld onderstaande partij:
Bernard Bannink – Sandor Videki, Oberwart 8 juli 2008
1. d4 d5 2. c4 c6 3. Pc3 Pf6 4. Lg5 dxc4 5. a4 Le6 6. e4 Pbd7 7. Pf3 Tc8 8. Le3 h6 9. Pd2 Pg4 10. Pxc4 Pb6
11. d5 Pxc4 12. dxe6 Pgxe3 13. exf7+ Kxf7 14. De2 Dd4 15. fxe3 Dxe3 16. Pd1 Dxe2+ 17. Lxe2 Pe5 18. O-O+ Ke6
19. Pe3 g6 20. Tad1 Lg7 21. Pc4 Tcd8 22. b3 Lf6 23. Pxe5 Kxe5 24. Lc4 Thf8 25. g3 Td6 26. Txd6 exd6 27. Ld3 a6
28. Kg2 g5 29. Tf5+ Kd4 30. Lc2 Kc3 31. Ld1 Kd2 32. Lh5 Kc2 33. Tf3a5 34. Lg4 Kb2 35. Le6 Ka3 36. Tf5 Kb4
37. Kf3 h5 38. Ke2 Kc3 39. Txa5 Ld4 40. Tf5 Te8 41. Tf3+ Kb4 42. Lf7 Th8 43. Kd3 Lg7 44. h4 g4 45. Tf5 Le5
46. Txh5 Txh5 47. Lxh5 Lxg3 48. Lxg4 Kxb3 49. Ld1+ Kb4 50. h5 Lf4 51. Kd4 Lh6 52. Kd3 Lf8 53. Lc2 c5 54. Ld1 c4+ 55. Kd4 Lg7+ 56. Kd5 Le5 57. a5 c3 58. h6 Kxa5 59. Kc4 b5+ 60. Kb3 Kb6 61. h7 Kc5 62. Le2 Lf6 63. Ld3 b4 64. Lb1 Le5 65. Lc2 Kd4 66. Kxb4 Ke3 67. Kb3 Kd2 68. Lb1 ½ – ½
Aardig is dat de zwartspeler, een Hongaarse IM, ook boeken schrijft. Maar na verloop van tijd kom je er wel achter dat dit soort varianten geen universele oplossing bieden om het Slavisch te vermijden. Dan kan je beter een slim spelletje spelen zoals Mahdi, een Egyptische IM woonachtig in Oostenrijk.
Oberwart 2003.07.11, Mahdi, Khaled – Bannink, Bernard
1. e4 c5 2. Pf3 e6 3. Pc3 Pc6 4. g3 g6 5. d4 cxd4 6. Pxd4 a6 7. Pxc6 bxc6 8. Dd4 f6 9. Le3 d5 10. exd5 cxd5
11. O-O-O Ld7 12. Lh3 Tc8 13. The1 Ld6 14. Lf4 Lxf4+ 15. gxf4 Txc3 16. Dxc3 Kf7
|
|
17. Lxe6+ Lxe6 18. Txe6 Kxe6 19. Dc6+ Kf7 20. Txd5 De8 21. Td7+ Pe7 22. Dd5+ Kg7 23. De6 Kh6 24. Txe7 Db5 25. c4 Dc5 26. b4 Dc8 27. c5 a5 28. Dxf6 1-0
Na afloop had de witspeler goede zin en zei: "All the pieces came to the party". Dat het feestje ten koste van mij ging: tja… g6 was gewoon een slechte zet.
Live en learn.
□
|

