Promotie in de pers
Schaakartikelen uit het schaakblad van de vereniging PROMOTIE uit Zoetermeer | ||
| In de laatste ronde van de promotieklasse verloor Dennis Leenman een opwindende partij tegen Eugène Verwiel die zelfs de Haagse Courant haalde. Toen ik de partij naspeelde, ging er echter een belletje rinkelen: dat had ik eerder gezien! Na enig zoekwerk bleek dat de heren een variant hadden gespeeld die in eind jaren tachtig, begin negentig in de mode was, maar inmiddels als weerlegd kan worden beschouwd. Daar was Willem Broekman het echter niet mee eens. Hij bekeek de zaak nog eens op zijn manier en vond dat de variant niet was weerlegd. Integendeel, hij gaf hem de naam “de Zoetermeerse variant”. Een discussie was ontstaan. Dennis Leenman – Eugène Verwiel , Den Haag 2003, Pirc-verdediging 1. e4, d6 2. d4, Pf6 3. Pc3, g6 4. f4, Lg7 5. Pf3, c5 6. Lb5+, Ld7 7. e5, Pg4 8. e6, fe6x In het New in Chess Yearbook 9 (1988) wordt deze zet van Yasser Seirawan “perhaps the most spectacular novelty of the year” genoemd. Men was er tot dan toe steeds vanuit gegaan dat zwart 8. … Lb5x moest spelen. 9. Pg5, Lb5x 10. Pe6x WyyyyyyyyX 10 … Ld4x! De weerlegging van 10. Pe6x? In navolging van de première Sax-Seirawan, Brussel 1988 zijn tientallen partijen nu na 11. Pe8x, Lf2+ 12. Kd2, Le3+ 13. Ke1, Lf2+ in remise geëindigd. De vraag is of wit iets beters heeft. 11. Pb5x De enige mogelijkheid. Niet tot winst leidt 11. Pd4x, cd4x 12. Dd4x, Pf6 13. Pb5x, Da5+ 14. Pc3, Pc6 enz. 11. … Da5+ 12. c3 Niet 12. Ld2, Lf2+ 13. Ke2, Db5x+ enz. Als wit iets wil bereiken, dan moet hij 12. Dd2 spelen. Er volgt dan: 12 … Lf2+ 13. Kd1, Pe3+ 14. Ke2, Db5x+ 15. Kf2x, Pg4 16. Kg3 (analysediagram 1) A. 16 … Pa6 a) 17. Te1, Ph6 18. b3, Pf5 19. Kf2, h5 20. Lb2, Tg8 21. Tad1, Kd7 22. c4 ½-½ (De Firmian-Chernin, Biel 1994); b) 17. Kg4x! (de Zoetermeerse variant. Wit moet het stuk echter weer teruggeven) Dd7 18.Te1, Pc7 19.De2, Kf7 20.f5, gf5x+ 21.Kf5x, Thg8 (21…Thf8?!, Broekman; 21 … Tag8, Chernin) 22. Dh5+ en zwart gaat mat (analyse Willem Broekman); Nunn stelt 18. Dd5 (i.p.v. 18. Te1) voor: 18 … Pc7 19. Db7x enz. WyyyyyyyyX analysediagram 1 B. 16 … Dd7 (volgens Nunn minder goed) a) 17. Te1, Ph6 Zwart lijkt iets beter te staan. In de partij De Firmian-Alburt, Jacksonville 1990 volgde 18. b3, Pc6 19. Lb2 Pf5+ 20. Kf2, Pfd4 en volgens Nunn had wit door drie keer op d4 te slaan een voordelig eindspel kunnen bereiken. De Firmian deed 21. Kg1 en het werd na 65 zetten remise; b) 17. Dd5, Pf6 18.Pg7, Kd8 19. Pe6, Kc8 20. Db3 met voordeel voor zwart; c) 17. Kg4x, De6x 18. Kg3, Pc6 en zwart staat beter. C. 16 … Kd7! 17. Dd5 (17. Kg4x, Ke6x?!), Pf6 18. Pc5x+!?, Ke8! 19. Db7x, Db7x 20. Pb7x, a5 21. Te1, Kd7 22. Ld2, Pc6 en het witte paard is gevangen (Prié-Chabanon, Cannes 1995) 12 … Lf2 13. Kd2, Le3 (13 … Pa6!? 14. Dg4x, Db5x) 14. Kc2, Da4 15. b3? Het enige was nog 15. Kb1 waarna wit hoogstens remise haalt: 15 … De4+ (15 … Dd1x!? 16. Td1x, Lc1x 17. Kc1x, Pa6 18. Pec7+, Pc7x 19. Pc7x+, Kd7 20. Pa8x, Ph2x 21. Te1!, Ta8x 22. Th1 met voordeel voor wit, Werner-Belikov, Cappelle la Grande 2001) 16.Dc2, Dc2x+ 17.Kc2, Kd7 18. Pec7
yyyyyyyyX analysediagram 2 Op 18. Pbc7 was 18 … Pa6 gevolgd (19. Pa8x, Ke6x). In de nu ontstane stelling (analysediagram 2) moet zwart een kwaliteit verliezen. Het gaat erom of hij voldoende compensatie kan krijgen. a) 18 … Pb8 19.Pa8x Ta8x 20.Ld2 a6 21.Pa3 en zwart staat iets beter (Seirawan) b) 18 … a6! (Zwart probeert het paard op a8 in te sluiten) 19. Pa8x, ab5x 20. a4, ba4x 21. Ta4x, Kc6? (21 … Lc1x=) 22. h3!, Pf2 23. Tf1, Lc1x 24. Tf2x!, Le3 25. Te2, Lg1 26. g3 en wit stond iets beter (Lanc-Pähtz, Dresden 1988) c) 18 … Lc1x 19. Kc1x, a6 20. Pa8x, ab5x 21. c4, bc4x 22. Pb6+, Kc6 23. Pc4x, b5 24. Pd2, Tf8 25. g3, g5 26. Tf2 en zwart had voldoende tegenspel (Moiseev-Simonenko, Tashkent 1988) Leenman-Verwiel ging als volgt verder: 15 … De4 16. Dd3 (16. Kb2, Pf1), Dg2x 17. Ld2, Kd7 18. Tae1 (Ook na 18. Pec7, Pc6 staat zwart beter), Pc6 en zwart won. De conclusie moet zijn dat zwart zich steeds kan redden. Theoretisch is de variant met 10. Pe6x misschien niet voor 100% weerlegd, maar praktisch wel. Grootmeesters spelen deze variant vrijwel niet meer, waarschijnlijk omdat zij de remisekansen te groot vinden. Een tijdje hebben zij 10. Dg4x geprobeerd, maar meestal speelt wit 10. Pb5x. Zwartspelers die op winst willen spelen moeten de remisevariant na 10. Pe6x vermijden en doen daarom liever 8. … Lb5x. Die variant is blijkbaar zo goed dat wit weer op zoek ging naar alternatieven: 8. h3 (i.p.v. 8. e6) en zelfs het duffe 7. Ld7x (i.p.v. 7. e5). Daarover een volgende keer meer. Ruurd Kunnen Bronnen: John Nunn en Colin McNab – The Ultimate Pirc, 1998 Sándor Vidéki – The Pirc Defence, 2002 NIC Yearbooks Informator Eigen database
| ||
| . | ||
