Promotievuurwerk(2)

Promotie vuurwerk

PROMOTIE VUURWERK [2]

 

Bestaat toeval? Ik dacht van wel maar toen een mijn naaste collega’s het pertinent ontkende stond ik geheel perplex. Aan zijn gezicht was te zien dat hij er van overtuigd was dat toeval niet bestaat. Onder verwijzing naar Spinoza merkte hij op dat in de wereld van de dingen niets toevalligs bestaat. Einstein, zo vertelde hij, had gelijk. Heisenberg niet. De onzekerheidsrelatie van de laatste is een dwaling van de menselijke geest. God dobbelt absoluut niet.

Maar nu het volgende. De inkt van mijn artikel over het promotie vuurwerk was nog niet droog of er gebeurde iets dat ik vooraf niet voor mogelijk gehouden zou hebben. In dat artikel merkte ik op dat promoties tot dame weinig voorkomen. Ik wist me pas na enig nadenken te herinneren dat ik in een reguliere partij ooit een pion tot dame heb laten promoveren. Op de website van Tim Krabbé stonden dan wel twee partijen van recente datum waarin een tijd lang vijf dames tegelijk op het bord stonden maar Krabbé gaf aan dat vrijwel alle partijen met vijf of meer dames op het bord geconstrueerde partijen zijn. Partijen met drie of meer dames zijn zeldzaam. In Venlo gebeurde op 25 maart van het jaar 2000 echter iets dat weinigen ooit zullen aanschouwen.

Aan het eerste bord liet Bernard Bannink zich vlak na de opening door zijn tegenstander verrassen. Dat kostte hem een pion. Een geluk bij een ongeluk, voor zover je daarvan kunt spreken, was dat er lopers van ongelijke kleur op het bord achterbleven. Zoals bekend is Bannink een virtuoos met dit materiaal. Na de tijdcontrole bereikten ze de volgende positie.


B. Bannink (Promotie) – R. van Gool (Venlo) (Venlo, 25-3-2000)

Zwart staat gewonnen. De winstweg die hij op het bord dacht te kunnen brengen faalt echter op een detail. 41….c3 42.bc3 b3 43.Te1e2 b2 44.Txd2 b1D 45.Txd8 Dg1 46.Dg2 De3 47.Kh2 Twaalf halve zetten later dreigt wit plotseling mat op h8. Goede raad is nu uitermate duur en dat terwijl er drie dames op het bord staan. Van pure armoe speelde zwart 47…..Dxe5 48.fxe5 Dc7 49.Td6 Dc5 50.Kh1 en zwart gaf op. Bannink was als een Phoenix uit zijn as herrezen. Dit was al uitermate onwaarschijnlijk maar lees verder wat er op het bord ernaast gebeurde.

Op dat bord speelde ik tegen de jeugdige Martin Vinck. Later bleek dat hij vorig jaar tijdens het Nederlands jeugdkampioenschap tot 16 jaar vierde geworden was. Een spelertje met een agressieve stijl.

Ik raakte, net als Bannink, in de opening een pion kwijt, maar ook ik vocht terug voor wat ik waard was. In onderstaande stelling dacht ik zelfs even dat er weer enige hoop gloorde. Toen greep ik mis.


M. Vinck (Venlo) – J.W. Meijer (Promotie) (Venlo, 25-3-2000)

26…..Tc5 Veel beter was 26…Dxa2. Nu maakt wit op fraaie wijze een einde aan de partij. 27.Txe6! fxe6 28.f7! Een vrijpion moet naar voren. 28….Kd7 Er is geen alternatief. Vinck pakte een paard en dacht enkele minuten na. Ik zag dat de stelling na de minor promotie 29.f8P Kc8 30.De6 De6 31.Pe6 Tf5 mij waarschijnlijk onvoldoende soelaas zou bieden. Er volgde 29.Df2. Wat heeft dit te betekenen? 29….Tf5 De witspeler pakte een dame. 30.f8D! Zwart gaf op.

Na afloop van de wedstrijd realiseerde ik me getuige geweest te zijn van een uitzonderlijke samenloop van omstandigheden. Ook tijdens mijn partij stonden er, net als in die van Bannink, drie dames tegelijk op het bord. Zoals reeds gezegd is dat op zich al iets bijzonders. Wat is echter de kans dat er zes dames op twee borden die tijdens een wedstrijd naast elkaar liggen staan? Die kans moet extreem klein zijn. Zou toeval dan toch bestaan?

Hans Meijer. Uit Promotie 48-4

Referentie. Stelling 29, Deel 1. Ethica, Spinoza, 1677.

Scroll naar boven