De grijze vereniging
De grijze vereniging E Willem Broekman
Het is al lang een zorg dat de jeugd te weinig doorbreekt in de teams van Promotie. Bijgaand wat cijferwerk. Basis is de ledenlijst van de KNSB. Er is alleen gekeken naar de bezetting van de teams, zoals opgegeven in het programmaboekje van Promotie bij de start van het seizoen.
|
|
Team |
Leeftijd |
|
1 |
47 |
|
2 |
49 |
|
3 |
42 |
|
4 |
54 |
|
5 |
30 |
|
6 |
26 |
|
7 |
58 |
|
8 |
33 |
|
9 |
21 |
|
10 |
14 |
|
Totaal |
39 |
|

Hoe zou een doorstroommodel er uit moeten zien? Dan moet je eerst globaal de ideale teamsamenstelling neerzetten. Als we die een beetje regelmatig in leeftijd verdelen, dan zou ik zeggen 2 (tot 3) spelers in de klasse tot 30 jaar 2 (tot 3) spelers in de klassen tussen 30 en 40, 2 (tot 3) spelers in de klasse tussen 40 en 50, 2 spelers in de klasse tussen 50 en 60. Bij uitzondering zou je een enkel ouwetje op basis van expliciete capaciteiten tot het eerste team kunnen toelaten. Zeg maar de Kortsnoj van de vereniging. Bovenstaande aanname zou leiden tot gemiddelde leeftijd van het eerste team van onder de 40. Ons eerste team is dan gemiddeld bijna 10 jaar te oud!!!
Werd in voorgaande jaren het eerste team veelal ververst door instroom van buiten (groei van Zoetermeer), nu zullen we zelf voor verversing moeten zorgen. Dat levert vaak een probleem op door vertrekkende jeugdspelers. Deze gaan vaak studeren en verdwijnen uit Zoetermeer. Zo kan ik een heel rijtje namen opnoemen. We moeten het toch hebben van eigen kweek.
Daar is gemakkelijk aan te rekenen. Uitgangspunten: We verliezen 2/3 van getalenteerde jeugdspelers door vertrek.
Een getalenteerde jeugdspeler start in het eerste op zijn 16e. Je hebt dan ongeveer elke tien jaar drie jeugdspelers uit eigen kweek onder de 20 nodig voor het eerste waarvan er één blijft hangen op de vereniging.
Mijn aannames voor een ideale teamsamenstelling waren dus niet juist. Om in een doorstroommodel het eerste te kunnen handhaven ziet het ideale team er dus als volgt uit: ►
4 spelers onder de dertig waarvan drie jeugdspelers en 4 spelers in de categorie boven de dertig. Dat zal leiden tot een gemiddelde leeftijd van iets als 35 jaar voor het eerste.
Weer tijd voor een conclusie. Met de huidige leeftijdsverdeling zijn we ten dode opgeschreven voor de tweede klasse KNSB. Er is te weinig aanwas. We zullen door aftakeling alleen maar achteruit gaan. Dus alle hens aan denk voor verjonging van het eerste team!!
Waar moet de verjonging vandaan komen. Er zijn twee mogelijkheden: de jeugdafdeling en toch nog eens kijken binnen de seniorengroep.
Om met het laatste te beginnen. Er staan 5 spelers op de lijst in de categorie tot 30 jaar met een rating boven de 1700. Het zou mooi zijn als daar minimaal één door opleiding en begeleiding klaargestoomd zou kunnen worden voor het eerste. We doen daar nu te weinig aan en laten misschien hier wat kansen liggen.
Verder zullen we moeten bouwen op de jeugdopleiding. Mijn mening is dat de jeugdopleiding en begeleiding qua enthousiasme en kwantiteit goede op peil is. Maar…. en wordt te weinig kwaliteit afgeleverd. Ik begeleid sinds enige tijd weer wat jonge jeugd en ben erg geschrokken. De spelertjes die ik begeleid waren niet in staat een eindspel van K+pion tegen K-alleen foutloos te spelen. En dan heb ik het over jeugdspelers die ergens met stap 3 of 4 bezig zijn en in de top bij de jeugd meespelen. Het vervelende is dat men dan op de jeugdafdeling in de competitie niets leert. De partij wordt vaak gewonnen door ernstige fouten van de tegenstanders, die overigens vaak niet worden opgemerkt, en vaak worden eigen fouten niet afgestraft.
Overall conclusie: willen we op termijn als vereniging in de tweede klasse van de KNSB blijven acteren, dan zullen we beter opgeleide jeugd vanuit de jeugdafdeling moeten opleveren. We zullen dus een speerpunt moeten maken van een kwalitatieve goede begeleiding van jeugdspelers. En dat al vanaf (zeer) jonge leeftijd. Verder zullen we ervoor moeten zorgen dat de jeugdcompetitie op een hoger schaaktechnisch niveau terecht komt, bv door altijd de partijen te laten noteren en te analyseren.
