Momenten uit groep B 2006

Momenten uit groep B 2006  door Nico Peerdeman

 

In finalegroep B van het afgelopen seizoen trof ik 3 spelers waartegen ik een negatieve score had staan.

Stuk voor stuk ontstonden in deze partijen interessante en scherpe stellingen.

 

Minnema – Peerdeman

 

Zwart heeft in de opening een pion gepakt en zag vervolgens een koningsaanval op zich afkomen. Rens koos hier het vlakke 28. Dxf6?.

Met 28. Lxf5+ had hij de beslissende klap uit kunnen delen. De zwarte dame is gebonden aan de dekking van pion g7. Het vervolg had kunnen zijn:

28. .., Kh8

         28. .., Kg8 verliest direct na 29. Txh6 Dxg5 30. Le6+!

29. Lg6!

         Dreigt Txh6

29. .., Kg8

         Slaan van het paard leidt tot mat:

29. .., Dxc3 30. Txh6+ Kg8 31. Th8+!

30. Ld3!

            Dreigt opnieuw Txh6

30. .., Dxg5

         Op 30. .., Kh8 volgt winnend 31. Pe4 en de zwarte dame kan niet gelijktijdig g7 en h6 gedekt houden.  Op 30. .., Dxc3 wint 31. Txh6 opnieuw.

31. fxg5 Pf7 32. Lh7+ Kh8 33. Le4+ Kg8 34. g6 Ph6

         Indien 34. .., Pfd6 35. Tgh1.

35. Lxc6 en wit wint omdat zowel Lxb7 als Txh6 dreigt.

Na bijvoorbeeld 35. .., Tfb8 36. Ld5+ Kh8 37. Txh6+ gxh6 38. g7+ Kh7 39. Pe4 ontstaat een fraaie slotstelling.

 

De partij verliep daarna zeer wisselvallig. Zwart kwam goed te staan maar produceerde een grafzet, waarna wit weer gewonnen stond. In opperste tijdnood wilde Rens tot 2 maal toe niet van remise weten en won wit uiteindelijk nog. Een zeer fortuinlijke winst.

 

In de partij tegen Sjaak Sibbing verliep het anders.

 

 

 


Peerdeman – Sibbing

 

Na 16 snelle zetten staat een theoretisch bekende stelling op het bord. De theorie  geeft 16. .., Lf6 als beste zet. Sjaak speelde: 16. .., Lh6 en bracht zichzelf daarmee in moeilijkheden.

17. fxe6 Lxe6 18. Pxe6

         Dit is sterker dan 18. Pf5 waarop zwart nog 18. .., Lxf5 19. exf5 Kf8! heeft

18. .., Dxe6 19. Pd5!

         Met de dubbele dreiging Pc7+ en Lh3 met damewinst. De korte rochade of de zet g6 zijn voor zwart nooit een optie omdat Lh6 dan verloren gaat.

19. .., Dc8

 

Op 19. .., Kd8 heeft wit een fraaie winst met: 20. Lh3 De8 21. Txg7! Lxg7 22. Dg5+ f6 23. Dxg7

 

20. Pb6 Dc5 21. Pxa8

Hier gaf Sjaak op. 21. .., Dxg1 verliest direct na 22. Lxb5+.

Toch is het nog niet zo eenvoudig. Het witte paard op a8 staat ingesloten. Na 21. .., Ke7! 22. Lh3 Txa8 gaat het paard verloren Wit staat wel beter maar zwart kan nog vechten.

 

Peerdeman – Nepveu

Ook in deze partij was een theoretische discussie aanwezig. Manuel had snel gespeeld en was ervan overtuigd dat zwart geweldig stond. Als wit het eenvoudige 14. c3 had gespeeld had hij zelfs iets beter gestaan. Maar dat gebeurde niet. Er volgde: 14. Lb5!?!

Een zet met bravoure die grote complicaties laat ontstaan.

14. .., Txg2 15. Pe2!

         15. f3 was zeer verleidelijk, maar 15. .., Pd2! geeft zwart dan voordeel

Nu dreigt wit wel 16. f3 en 17. h4 met winst van het paard. Dit is het 1e idee achter de zet 14. Lb5.

 

 

 

15. .., Ld7

 

Sterker was hier 15. .., Pg5. Na 16. Kf1 (16. Pg3? Pf3+ 17. Kf1 Txg3 18. Lxc6+ bxc6 19. hxg3 Pxd4 en zwart staat beter) 16. .., Tg4 17. h3 Th4  18. f4 Pe4 19. Lxc6 bxc6 20. Lxa7 ontstaat een gelijke stelling.

Het verdedigingsidee 15. .., h5 is minder goed. Na 15. f3 Pg5 16. Kf1 moet zwart de kwaliteit onder ongunstige omstandigheden teruggeven.                                                                                                           ►

Met de zet Kf1 blijkt het 2e idee achter 14. Lb5. De toren wordt aangevallen en een schaak op f3 wordt voorkomen.

16. Lxc6

         Gedwongen.

16. .., Lxc6 17. f3!

         Ook nu is dit kleine zetje zeer sterk.

17. .., Lb5

         Verliezend zou zijn 17. .., Pg5 na 18. Kf1 Lb5 19. Kxg2 Lxe2 20. Kf2 Lxf3 21. Thg1 Ph3+ 22. Kxf3 Pxg1 23. Txg1.

18. Pf4

         Wederom de enige zet.

18. .., Pg5

         Dit biedt extra mogelijkheden door een eventueel schaak op f3.

Een spannende voortzetting was ook 18. .., Txc2?! 19. fxe4 Tc4 (19. .., Tac8 20. exd5! Met groot voordeel voor wit) 20. Pe2 Txb4 21. Tg1 Kd7 22. Td1 La4 23. Tc1 en wit staat beter.

19. Pxg2?!?

         Deze zet speelde ik na enig nadenken. Onwillekeurig had ik het gevoel dat er iets spectaculairs mogelijk moest zijn. En dat is zo:

 

19. O-O-O!

 

Dekt pion c2, haalt een schaak op f3 eruit en de toren is nog steeds opgesloten.

Na 19. .., Txc2+ 20. Kxc2 La4+ 21. Kd3 Lxd1 22. Tg1! moet wit winnen.

 

In de partij onstond na 19. .., Pxf3+ 20. Kf2 Pxd4 21. c3 Pc6 een lastig eindspel voor wit.

De kansen keerden toen zwarts paard en loper op kwetsbare velden werden opgesteld.

Dit leidde tot een nieuw type eindspel waarbij zwart 4 pionnen voor de toren had.

Omdat geen van de pionnen ver was opgerukt bleek dit niet voldoende compensatie.

 

 

Al met al partijen op het scherpst van de snede waarvan de uitkomst net zo goed ook anders uit had kunnen pakken. Of zou de moraal van dit stukje juist moeten zijn dat scherp spel veelal leidt tot een positieve uitkomst?

 

 

Scroll naar boven