Schaken is gezond voor een mens. Daar twijfel ik niet aan. Schaken is zo goed voor een mens dat het voor een schaker bijvoorbeeld helemaal niet nodig is zich als vegetariër door het leven te slaan. Of, goed nieuws voor het bierteam van Promotie, zich al te zeer te matigen in de consumptie van alcohol houdende dranken. Dat schaken gezond is kan je zien aan spelers als Kasparov en Anand. Die zien er ontzettend gezond uit. Je zou kunnen denken dat hoe sterker je schaakt, hoe gezonder je wordt. Maar daar twijfel ik toch. Want misschien is het wel andersom. Dat een gezonder mens meer kans heeft een topschaker te worden. Er is een huisarts lid van onze schaakvereniging. Hij heeft het spel op, zo als dat zo mooi heet, latere leeftijd geleerd en heeft dus heel wat gemist in zijn jonge jaren. Tussen de congresvakanties en praktijkwerkzaamheden door studeert hij fanatiek schaak. En, als je de pech hebt, in een net door hem bestudeerde opening terecht te komen, dan kan je dat flink bezuren. Dat hij de afgelopen jaren steeds gezonder is geworden staat voor mij wel vast. Dat hij steeds vooruit gaat als schaker ook. Hij heeft voor de niet direct te diagnosticeren klachten bij zijn patiënten een prima receptuur. “Ik adviseer u te gaan schaken, dat is goed voor een mens”. Slaapproblemen? Schaken! Na een gewonnen partij, slaap je heerlijk. Een onbestemd gevoel? Niet weten wat je op dit ondermaanse te zoeken hebt? Schaken! Na een met succes verdedigde slechte stelling, voel je je herboren. Te weinig sociaal contact? Schaken! Lekker hardop analyseren als anderen nog met een partij bezig zijn. Je staat dan zo weer midden in de maatschappij. Hoe kom ik op dit verhaal, zult u denken. Wel nu, dat komt door de zetpillen column van Manuel Nepveu. Toen schoot mij te binnen dat twee jaar geleden een vriendelijke man het schaaklokaal binnen wandelde en vertelde dat hij lid wilde worden. Hij kon een beetje schaken zei hij. Ik bood hem aan bij onze jeugdafdeling lessen te volgen, maar daar had hij geen tijd voor. Ik legde wat uit in de trant van ‘als je alles verliest, gaat de lol er toch wel van af”. Maar daar wilde hij niets van weten. Ik hoef geen goede schaker te worden. Ik ben hier gekomen omdat schaken goed voor mij is. Ik keek hem, toen nog verbaasd, aan. “Mijn huisarts heeft mij dit aangeraden”, was zijn reactie op mijn verbazing. Ik hoefde hem niet meer te vragen, wie zijn huisarts was. Dat was duidelijk. De man is nog steeds, met veel enthousiasme, lid van onze vereniging. Mocht u ooit ons clublokaal binnenkomen, u zult het meteen zien. Tussen al die gezonde schakers, zit hij elke dinsdagavond extra gezond te wezen!