Benasque 2005 in 20 vragen

"Het schaaktoernooi in Benasque" in 20 vragen Gerhard Eggink

"Het schaaktoernooi in Benasque" in 20 vragen     Gerhard Eggink

 

Hieronder een korte quiz over het schaaktoernooi in Benasque, Spanje, van de afgelopen zomer. Degene die alle antwoorden goed heeft mag volgend jaar ook mee (maar wil waarschijnlijk niet meer mee).

 

Vraag 1. U heeft een aantal vakantiedagen over. Wat doet u ermee?

a) U kunt nu eindelijk die plinten in huis gaan leggen;

b) U kunt nu eindelijk uw openingsrepertoire uitbreiden;

c) U kunt nu eindelijk eens lang uitslapen thuis, het huis een goede beurt geven en uw partner iedere dag verwennen met een lekkere maaltijd;

d) U gaat met een stel schaakfanaten twee weken in een hotel in een geïsoleerd dorpje in Spanje zitten zodat u twee weken alleen maar over schaken kunt praten.

 

Vraag 2. Bernard gaat mee. Wat vindt u daarvan?

a) Dat is mooi! Kan er tenminste op hoog niveau geanalyseerd worden;

b) Gelukkig! Staat altijd mooi, een FIDE-meester in je groep;

c) Helaas kan ik nu het toernooi niet meer winnen;

d) Eindelijk een normaal iemand die mee gaat.

 

Vraag 3. Henk gaat mee. Wat vindt u daarvan?

a) Maakt niet uit. Hebben we weinig last van;

b) Mooi! Lange, heftige bergwandelingen waarna de hoogtelijnen nog lang op je netvlies blijven staan;

c) Als hij de goede naam van de Nederlanders maar niet beschaamt met een of andere spelregel-rel;

d) Gelukkig! Nu gaat er ook een normaal iemand mee.

 

Vraag 4. Manuel gaat ook mee. Wat doet u?

a) U gaat ook mee, want iemand moet hem daar toch in de gaten houden;

b) U gaat ook mee en vertelt aan iedereen aldaar luidkeels dat hij graag de Franse afruilvariant speelt;

c) U gaat ook mee en probeert bij iedere stop zonder hem weg te komen om de vereniging te redden;

d) U probeert ten koste van alles onder eerder gemaakte toezeggingen uit te komen.

 

 

Vraag 5. Willem gaat niet mee. Wat vindt u daarvan?

a) Helaas! Dat betekent dat u altijd alles moet rijden en geen druppel mag drinken;

b) Dat is mooi! Kunnen we ook eens een keer uitslapen;

c) Jammer, hij was altijd mijn vaste punt;

d) Gelukkig, kunnen we het tenminste ook een keer over tactiek hebben.

 

Vraag 6. U moet kiezen uit een aantal schaaktoernooien. Welke kiest u?

a) Een toernooi in Duitsland waar u al twee keer bent geweest en dat goed bevalt;

b) Een toernooi in Oostenrijk waar u al drie keer bent geweest en dat goed bevalt;

c) Een toernooi in Oostenrijk waar u al twee keer bent geweest en dat goed bevalt;

d) Een toernooi in Spanje dat slecht bereikbaar is en waar u de taal niet spreekt.

 

Vraag 7. Door het toernooi mist u twee ronden van de interne competitie. Wat doet u?

a) U meldt zich ruim van tevoren met een telefoontje keurig af bij de wedstrijdleider;

b) U meldt zich ruim van tevoren met een e-mail keurig af bij de wedstrijdleider;

c) U vertrouwt erop dat de wedstrijdleider weet wanneer u er niet bent;

d) Niets interne competitie. Dit is de zomercompetitie! Dan hoef je je niet af te melden.

 

Vraag 8. De beslissing is gevallen: u gaat mee. U pakt uw koffer in. Wat neemt u allemaal mee?

a) Twee laptops en een doos oordopjes;

b) Goede boeken en een fototoestel;

c) Een oranje pet en sigaren;

d) Schaakboeken met agressieve openingen.

 

Vraag 9. De reis is goed gegaan. Maar U bent nu in Spanje beland, in een dorp waar niets te beleven valt.

Wat doet u?

a) U heeft nu de tijd om alle openingen te bestuderen;

b) U probeert de uitstapjes zo klein mogelijk te houden zodat u veel dagen wat te doen heeft;

c) U kunt nu eindelijk Lev Tolstojs “Oorlog en vrede” lezen;

d) U heeft nu eindelijk de tijd om bij te slapen.

 

Vraag 10. ’s Morgens bij het ontbijt neemt u een lekker glaasje sinaasappelsap. Tenminste, dat denkt u maar het is zodanig aangezoet dat het glazuur van uw tanden springt. Wat doet u?

a) U probeert het de volgende en iedere volgende dag opnieuw;

b) U verkiest deze vakantie maar geen sinaasappelsap te gaan drinken;

c) U probeert het ananassap (ook extra gezoet) en het meloensap (ook extra gezoet);

d) U ziet een gat in de markt en vraagt de mengverhouding aan de kok.

 

Vraag 11. U rijdt vanaf het hotel naar de schaakzaal. De weg is bergaf en nogal bochtig. Een van uw medeschakers klaagt erover dat hij misselijk wordt . Wat doet u?

a) U gaat rustiger rijden, waarna u klachten krijgt van een andere schaker over het getoeter van de achtervolgers en u te laat komt voor de ronde van deze dag;

b) U neemt de rechte weg naar beneden waarna u weer wakker wordt in het dichtstbijzijnde ziekenhuis;

c) U geeft hem alvast een excuus voor het verliezen van de partij door nog harder de bochten door te gaan;

d) U biedt hem aan dan maar zelf te gaan rijden.

 

Vraag 12. Het is eindelijk tijd om te schaken. Stelt u zich de schaakzaal voor als een schaakbord waar op ieder veld een partij wordt geschaakt. Op welk veld zit u het best?

a) a1, want dat zit mooi in de hoek, dan heb ik geen last van schakers om mij heen;

b) e4, want dat zit lekker in het centrum, dan heb ik geen last van kijkers;

c) dat maakt mij niet uit;

d) dat hangt er vanaf waar Manuel gaat zitten.


Vraag 13. Stelt u zich diezelfde schaakzaal voor. Manuel komt binnen en gaat aan het bord op b2 zitten. Waar zit u nu het best?

a) Dat maakt niet uit;

b) Op a2 of c2, dan kan ik zien hoe hij wordt ingemaakt;

c) Op h8 natuurlijk, zo ver mogelijk van hem vandaan;

d) Natuurlijk ook op b2, tegenover hem.

Vraag 14. Tijdens een van de volgende ronden ziet u in de indeling dat u die ronde tegen Bernard moet schaken. Wat doet u?

a) U meldt zich ziek (dan telt de partij tenminste niet mee voor de rating);

b) U gaat zich extra voorbereiden;

c) U probeert Bernard die dag over te halen tot een extreme bergwandeling;

d) U vertelt hem dat u zich ziek meldt en probeert zonder dat hij het weet toch naar de schaakzaal te gaan.

 

Vraag 15. In het hotel wordt op een avond een Karaoke-avond gehouden voor de gasten. Wat doet u?

a) U gaat vroeg naar uw kamer;

b) U wacht op een nummer van André Hazes of Jan Smit om daarop te kunnen gaan zingen;

c) U gaat buiten in het donker de partijen van die dag zitten analyseren terwijl u zich ergert aan het geKaraook;

d) U neemt een extra bier.

 

Vraag 16. In het hotel wordt op een avond een Bingo-avond gehouden voor de gasten. Wat doet u?

a) U gaat vroeg naar uw kamer;

b) U koopt ook loten en hoopt die vingerplant nu eindelijk eens te gaan winnen;

c) U gaat buiten in het donker de partijen van die dag zitten analyseren terwijl u zich ergert aan het geBingo;

d) U neemt een extra bier.

 

Vraag 17. In het hotel blijken veel Belgische gasten te verblijven. Wat doet u?

a) U gaat vroeg naar uw kamer;

b) U gaat een praatje maken met een Belg die oorspronkelijk uit Nederland komt en nu in België woont en gaat samen zitten klagen over Nederland;

c) U gaat buiten in het donker de partijen van die dag zitten analyseren;

d) U neemt een extra (Belgisch) bier.

 

Vraag 18. Tijdens een van de ledige ochtenden tijdens het toernooi belandt u in een dorpje van 36 inwoners waarin iemand in 1867 begraven is naast de kerk. Wat doet u?

a) U maakt zich daar niet druk over;

b) U probeert een indruk te krijgen van het leven in dit dorpje in die tijd;

c) U gaat later, thuis, in de bibliotheek, op zoek naar wie dat was;

d) U heeft hier een duidelijke mening over: “het was vast een priester”, en u verveelt uw reisgenoten enorm met een luidkeels uitgesproken mening over een zinloos leven in de negentiende eeuw in een bergdorpje van 36 inwoners.

 

Vraag 19. Na tien ronden schaken vindt u zichzelf ergens onderin de middenmoot terug op de eindranglijst. Wat doet u?

a) U moffelt de eindranglijst weg en ontkent dat u in dit toernooi gespeeld heeft;

b) U hangt hem als trofee aan de muur;

c) U neemt hem mee naar huis om hem veilig weg te bergen in een plakboek;

d) “Volgend jaar wordt wel mijn jaar”.

 

Vraag 20. Na de thuisreis en de welkom-huis-feesten volgt de eindevaluatie. Gaat u ook volgend jaar naar Benasque?

a) Alleen als er een grote aardbeving plaatsvindt waardoor de Pyreneeën er anders uit komen te zien en er ook excursies naar Frankrijk mogelijk worden;

b) Alleen als die Spanjaarden Engels leren;

c) Alleen als Hans (die spreekt tenminste Spaans), Willem (dan gebeurt er tenminste wat), Ben (komt er ook wat niveau bij) en Frits (wordt het ook nog gezellig) ook meegaan;

d) Alle drie de bovenstaande antwoorden.

 

“Over de buitenlanders kunnen we kort zijn, want wij zelf verdienen grote lof. Mijn eigen resultaat geeft weliswaar reden tot klagen (…), maar het uiteindelijk resultaat van vier Nederlanders onder de prijswinnaars is een daverend succes. Het is duidelijk dat de Nederlandse top voortdurend stijgende is en iedere krachtmeting op internationaal niveau glansrijk kan doorstaan. Dat is prettig om te constateren.” (JH Donner, 1972)


 

Scroll naar boven