Promotievuurwerk

PROMOTIE VUURWERK       door Hans Meijer

 

Op zoek naar bijzondere promoties ben ik uiteraard bij André Chéron te rade gegaan. In zijn Lehr– und Handbuch der Endspiele, Dritter Band (1970), wordt voor de promotie van een pion Umwandlung gebruikt. Een woord dat conversie, verandering, omzetting, transformatie en metamorfose betekent. Het Duitse Umwandlung klinkt inhoudrijker dan het Nederlandse promotie waar de van Dale opklimmen in rang achterzet. Misschien moeten we Promotie maar omdopen.

 

Leonid Kubbel (1930)

 

1.Dg4!! Kb8 2.Pd7! Lxd7 3.cxd7 Tc1! 4.Kb2!! Tc2! 5.Kxc2 Dc6 6.Kd3!! Dxd5 7.Dxf4 Kb7 8.Df7!! Zeer onverwacht. 8…Dxf7 9.d8P wint.

 

André Chéron noemt dit de beste paardpromotie die hij kent. Hij heeft geen woord teveel gezegd. Zelfs twee zetten voor het einde is nog nauwelijks te voorspellen hoe wit moet winnen. De promotie van de pion tot paard komt in bovenstaande stelling als een meteoriet uit de hemel vallen.

 

In reguliere partijen komen promoties weinig voor. Dit tekort wordt goed gemaakt door de eindspelcomponisten. Harold van der Heijden geeft in Pawn Promotion (1995) vele studies met als thema de promotie van pion tot dame, toren, loper of paard. De een nog fraaier dan de ander.

 

De geschiedenis van de zet van Saavedra is te vinden in Schaakkuriosa (1974) van Tim Krabbé. Harold van der Heijden besteedt in Pawn Promotion aandacht aan deze zet waar beroemdheden als Troitzky, Pogosjants en Gurgenidze zich mee beziggehouden hebben.

 

Evgeny Kolesnikov (1989)

 

1.Th2 Td1 2.Txh3 a2 3.Th1 Kd2 4.Th2 Kc3 5.Txa2 Td5 dreigt Tc5 6.Ta1! Kb2! 7.Kb4 Kxa1 8.c7 Td4 9.Kb3 Td3 10.Kc2 Td4 11.c8T!! De zet van Saavedra. 11…. Ta4 12.Kb3 Groots.

 

In onderstaande stelling moet de zwarte koning zich verdedigen tegen vier witte stukken. De wijze waarop de zwarte koning mat gezet wordt is bijzonder. Wit doet dat op een manier die eigenlijk helemaal niet kan.

 

Mario Matous (1982)

 

1.Pc5 b2 2.Pb3 Kb1 3.Pd5 a1P Na 3…a1D volgt 4.Pb4 Da7 5.Td1 mat. 4.Pxd4 Kc1 5.Tc2 Wit geeft zijn toren cadeau. 5…Pxc2 6.Pb3 Kd1 7.Kf1 b1P 8.Kf2 en vervolgens 9.Pc3 of 9.Pe3 mat.

 

Dat het laatste woord over pionneneindspelen nog niet gesproken is bewijst de volgende studie.

Mikhail Zinar (1989)

 

1.b8T Ka2 2.d5 b1D 3.Txb1 Kxb1 4.d6 a3 5.d7 a2 6.d8D a1D 7.Dd1 Ka2 8.Dxa1 Kxa1 9.Ke3 Kb2 10.Kd4 Kc2 11.Ke5 Kd2 12.Kf6 Ke3 13.Kxg6 Kf2 14.Kh5 Kxg2 15.g6 Kxh3 16.g7 g2 17.g8T! Kh2 18.Kxh4 g1D 19.Txg1 Kxg1 20.Kg5 en wit wint.

 

De eerste reciproque echo promotie studie met lopers is van de hand van drs. Th.C.L. Kok. Een thema voor fijnproevers.

 

Theodorus C.L. Kok (1938)

 

1.d6! Kc8 2.exf6 h1L! Zelfobstructie. 3.g8L! Een bepaald niet voor de hand liggende reactie op de vorige zet van zwart. Alleen deze echo promotie tot loper wint. Andere promoties winnen niet. 3…Pxf6 4.Lxf7 Pe8 5.Lg6 Pxd6 6.e8D Pxe8 7.Lxe8 d5 8.Lb5 d4 9.Lc4 Kc7 10.La6 en zwart verliest.

 

In NiC 2000/01 trof ik in een artikel van Jan Timman over Ernest Pogosiants het volgende juweeltje aan.

Ernest Pogosiants (1964)

 

1.Kf6 Kh6 2.d6 Pe8! 3.Le8 e3 4.d7 e2 Waar is de winst voor wit? 5.d8P Nu faalt 5…e1D op 6.Pf7 Kh5 7.Pe5 Kh4 8.Pf3 en de witte dame gaat verloren. 5…e1P Een reciproque echo promotie met paarden. Zwart voorkomt het verlies van zijn dame maar kan niet verhinderen dat hij mat gaat. 6.Pc6 Pf3 7.Pe7 7.Pd4 Pg8 mat.

 

Op het internet vond ik de volgende remise studie. Drie pionnen, drie paardpromoties. Bijzonder.

 

Aleksei Sochnev (2004-2005)

 

1.e8P Na 1.axb5 Kxe7 2.b6 Ta3 3.Kb7 Pe4 4.c7 Pd6 5.Kc6 Tc3 wint zwart. 1…Ke7 2.axb5 Kxe7 3.b6 Ta3 4.Kb7 Pe4 5.c7 Pd6 6.Kc6 Ke7 7.c8P! 7…Pxc8 8.b7 Tb3 9.Kd5 Pb6 10.Kd4 Tc4 11.Kd3 remise. 7…Ke6 8.Pxd6 Tc3 9.Pc4 Txc4 10.Kb5 Tb1 11.b7 Kd7 12.b8P! Remise.

 

Een probleem dat insloeg als een bom was de realisatie van de Babson task. Het is ‘het probleem van de eeuw´ volgens Tim Krabbé in Hartversterkende Schimpscheuten van Alexander Münninghoff (1985).

Leonid Jarosj, 1983. Wit geeft mat in 4 zetten.

 

1.a7 axb1D 2.axb8D Dxb2 3.Dxb3 Dxb3 4.Dxa1 4.Txf4 mat

1.a7 axb1T 2.axb8T Txb2 3.Txb3 Kxc4 4.Da4 mat.

1.a7 axb1L 2.axb8L Le4 3.Lxf4 Lxa8 4.Le3 mat.

1.a7 axb1P 2.axb8P Pxd2 3.Dc1 Pe4 4.Pc6 mat.

 

In Schaakwerk II (1991) van Jan Timman een eindspel met het feniks thema.

 

Jan Timman (1987)

 

1.Td3 Pb5! 2.axb5 Pb3! 3.c3! Een sublieme afweer merkt Timman op. Na 4.cxb3 Ld4 is het onmiddellijk pat en ook het fantastische 4.Lc5 haalt niets uit na 4…bxc5 5.cxb3 c4 met remise. 3…Pd4 4.Txd4 Lxc3 5.Lb2!! Lxb2 6.h8L!! De witte loper herrijst uit zijn as. 6…Lc3 7.Le5 dxe5 8.Te4 Lb2 9.h5 La3 10.Tc4 Lb2 11.h6 e4 12.h7 Lh8 13.d6 e3 14.d7 e2 15.Th4 Kxh4 16.d8D en wit wint.

 

Nog een studie uit Schaakwerk II. Wit omzeilt pat met een minor-promotie en zet elegant mat.

Mario Matous (1984)

 

1.b7 Td8 2.Lf4 e5 3.Pf3 Ke4 4.Pg5 Kf5 5.Lxe5 Te8 6.b8T!! Txe5 7.Tf8. Mat. Kan het eleganter?

 

Uit Schaakkuriosa (1974) van Tim Krabbé een miniatuur met twee minor promoties.

 

Stanislav Belokon (1969)

 

1.e7 Td8 2.exd8P! 3.Lxa7 c7 4.Lb8 c8L! 5.Lg3 Pc6 6.Lb8 7.Lb7 mat. Kan het met minder?

 

Een ultramoderne studie uit NiC 2005/08 van de man die het Liechtenstein Open 2000 won.

 

Arkadij Rotstein (2005)

1.Lb3! Slaan op b5 faalt op 1…h5. 1…c4! 2.dxc4 Pc1! 3.Pb6!! Wit streeft naar pat. 3…axb6 4.cxb5 Pxb3 5.cxb3 h5 6.b4 h4 7.Ka2 h3 8.Kb3 h2 9.Ka4 h1P! Het feniks thema. 10.Kb3! Pxf2 Na promotie tot dame sluit de witte koning zichzelf met 11.Ka4 en 12.b3 op. 11.Kc2 Pg4 12.Kd2 Kd7 13.a4 Kd6 14.a5 Ke5 15.a6! f2 16.Ke2 Pe3! 17.Kxf2 Pd5 18.a7 Pc7 19.Kf3! De laatste fase. 19…Pa8 20.Kg4 Kd6 21.Kf5 Kc7 22.Ke6 Kb7 23.Kd7 Pc7 24.b3! Pa8 25. Kd8 Pc7 26.Kd7 Pxb5 27.a8D Kxa8 28.Kc6 Remise.

 

Hoe staat het met promoties in reguliere partijen? Toen ik bij mij zelf te rade ging herinnerde ik me de volgende minor promotie.

 

 

H. Groffen – J.W. Meijer (De Ridder – PTT Telecom, Sassenheim, 1995)

Er volgde 61…Kb4 62.Kc6 Pc5 63.Kd5 Pa6 64.Kc6 Kxa4 65.b7 Kb4 66.Kb6 Pc5! 67.b8P a4 68.Pc6 Kc4 69.Ka5 a3 70.Pb4 Kb3 71.Kb5 Pa6! En wit staakte de strijd.

 

Paardpromoties komen in een op de duizend partijen voor. Er is dus een reële kans dat een schaker in zijn schaakleven één keer een pion tot paard ziet promoveren. Toren en loperpromoties zijn aanzienlijk zeldzamer. Tim Krabbé geeft op het internet minder dan vijftig serieuze voorbeelden.

 

In de Late Knight rubriek van Richard Foster op chesscafe.com trof ik een weinig alledaagse paardpromotie aan. Geef met de f5 pion mat in zes zetten zou de opdracht kunnen luiden.

 

E. Magerramov – E. Kolesnikov (1987)

1.Tf6!! gxf6 2.Dg3 Kh7 3.Lxf6 Pe6 4.fxe6 Tg8 5.exf7!! Txg3 6.f8P mat! Sprookjesachtig.

 

Een bijzondere promotie combinatie staat op naam van oud-wereldkampioen Alexander Aljechin. Deze combinatie gooit bij velen hoge ogen in de competitie om de mooiste combinatie aller tijden.

 

 

E. Bogoljubow – A. Aljechin (Hastings, 1922)

29….b4! Deze pion maakt een ware triomftocht. 30.Txa8 bc3 31.Txe8 c2! De pointe. De laatste toren wordt met schaak geofferd. 32.Txf8 Kh7 33.Pf2 c1D! 34.Pf1 Pe1 Dreigt stikmat. 35.Th2 Dxc4 36.Tb8 Lb5 37.Txb5 Dxb5 38.g4 Pf3 39.Lxf3 exf3 40.gxf5 De2 41.d5 Kg8 42.h5 Kh7 43.e4 Pxe4 44.Pxe4 Dxe4 45.d6 cxd6 46.f6 gxf6 47.Td2 De2 48.Txe2 fxe2 49.Kf2 exf1D 50.Kxf1 en wit gaf op. Geniaal.

 

Als een pion promoveert is het alsof de klassieke schaakwetten even moeten wijken voor wetten van een geheel andere orde.

 

 

 

Scroll naar boven