Simultaan tegen Bernard
Een van mijn angstgegners bij Promotie is ongetwijfeld clubkampioen Bernard Bannink. Een goed resultaat behalen in een serieuze partij schaak tegen Bernard is voor mij vooralsnog een zware opgave gebleken.
Over een periode van bijna 15 jaar heb ik Bernard nu 10 maal bestreden in serieuze en minder serieuze partijen. (Bestreden is in dit verband misschien een ongelukkige woordkeuze). De ‘opbrengst’ van deze 10 duels waren 2 schamele halfjes en 8 verliespartijen. In de categorie niet serieuze partijen zijn onder meer 2 simultaanpartijen opgenomen. Het lijkt dan juist alsof The Master het nog makkelijker heeft. Ergens hoop je in een simultaan nog enige kans te maken. Maar de praktijk was anders. Juist deze 2 partijen gingen hardhandig verloren. Vooral bij de laatste ging het erg hard.
Bannink – Peerdeman
Simultaan, 26-08-2003
1. d4 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 Lg7
Met de bedoeling om KoningsIndisch te spelen en hopend op snelle actie. Immers als de simultaan net is gestart zijn complicaties gewenst in de hoop dat ergens de simultaangever de draad kwijtraakt. In de loop van de simultaan, als steeds meer spelers afvallen, gaat het overwicht van de simultaangever steeds grotere vormen aannemen.
4. e4 d6 5. Pf3 0-0 6. Le2 c5
Vanuit psychologisch oogpunt staat het nu 1-0 voor Bernard. Zwart laat zich om onverklaarbare redenen niet in op de (ingewikkelde) systemen die kunnen ontstaan na het gangbare 6. .., e5. (Ervan uitgaande dat wit geen dames wil ruilen na 7. dxe5). Met de gespeelde zet is op zich niets mis. Het is een gezonde zet, alleen wel eentje die niet bij mijn karakter past. Rustig werk is niets voor mij, aanvallen is het parool.
7. dxc5
Bernard pakt het juist wel rustig aan.
7. .., Da5 8. 0-0 Dxc5 9. Le3 Da5 10. a3 Pc6 11. Pd4 Ld7 12. Tc1
Een sluwe zet om een zwarte toren naar c8 te ‘lokken’.
12. .., Tac8 13. Pd5!
Hiermee behoudt wit het initiatief.
13. .., Pxd5
De e-pion was vergiftigd. Na 13. .., Pxe4 14. Pxc6 gevolgd door 15. Pxe7+ verliest zwart een kwaliteit.
14. exd5
Natuurlijk slaat Bernard met de goede pion terug. Na 14. cxd5? Pxd4 gevolgd door slaan op c1 en d4 verliest wit groot materiaal.
14. .., Pxd4
Brengt de witte loper in een dominante positie. Zwart had echter nauwelijks actieve mogelijkheden voor het paard. Het actieve 14. .., Pe5 brengt het paard al snel in moeilijkheden na 15. f4 Lh6 16. Tc3.
15. Lxd4 Lxd4
Het opgeven van de KoningIndische loper is een zware concessie voor zwart. De zet g6 is nu een heuse verzwakking van de koningsstelling. Ook niet ruilen na
15. .., Lh6 16. Tc3 stond me niet echt aan.
16. Dxd4
Als een tussenbalans wordt opgemaakt kan worden geconstateerd dat wit met eenvoudige middelen een goede stelling heeft opgebouwd. Hij heeft een ruimtelijk overwicht door zijn pion op d5. De zwarte koningsstelling is verzwakt door g6. De ruil van de zwartveldige lopers heeft hierbij in wits voordeel gewerkt. De witte dame heeft een fraaie centrale positie. Daarnaast kan de meerderheid op de damevleugel ook een factor van betekenis worden. Zwart zal iets moeten ondernemen om niet onder de voet te worden gelopen.
16. .., Tc7
Mijn bedoeling was om tot het actieve b5 te komen. Nu was dat nog niet mogelijk. Na 16. .., b5 17. cxb5 Lxb5 18. b4 Da4 19. Lxb5 Dxb5 20. Dxa7 ontstaat een technische stelling die Bernard moeiteloos uitschuift.
17. Tc3 Tfc8
Ondanks dat pion a7 nu door Tc7 gedekt is b5 nog steeds geen goed idee. Het sterke 18. b4! laat zwart verschillende damezetten die weinig helpen: 18. .., Db6 19. c5! ; 18. .., Da6 19. cxb5 Db7 20. Txc7 Dxc7 21. a4; of 18. .., Da4 19. Ld1 en 20. cxb5
18. b4! Da6
Nu is het doorzetten van b5 een utopie geworden. Allicht bood 18. .., Db6 een betere kans op verdediging. 19. Dxb6 axb6 ziet er qua pionnenstructuur niet zo degelijk uit maar is misschien zo gek nog niet voor zwart. In 19. Dh4 heeft wit wel een veelbelovende aanvalszet.
19. Tfc1
Wit versterkt rustig zijn stelling en maakt veld f1 vrij voor de loper.
19. .., b6 20. Lf1 Db7 21. h4
Het sein voor de aanval. Zwart ziet zich voor een dilemma gesteld: kan zijn koningsstelling een verdere verzwakking verdragen in de vorm van de zet h5 of laat hij wit zelf h5 spelen?
21. .., h5
Wit kiest voor de eerste optie. Dit heeft als nadeel dat hiermee alle koningsvleugelpionnen op wit zijn vastgelegd. Zwart moet vanaf nu voortdurend rekening gaan houden met een offer van wits loper.
Toch was het toelaten van h5 ook niet zonder bezwaren. Na 21. .., Lf5 22. h5! gxh5 23. Tg3+ Lg6 24. f4! staat wit riant. Ook iets afwachtends als 22. .., a5 levert het storende 23. h6! op. Na 23. .., f6 24. g4 Ld7 25. Te1 La4 26. g5 Tf8 27. Te6 raakt zwart steeds meer ingesnoerd.
22. Tg3 Lf5 23. Tcc3 Kh7
Een voorbeeld van het dreigend gevaar (zoals opgemerkt bij zwarts 21e zet) is dat hier 23. … e5 averechts werkt. Na 24. dxe6 e.p. Lxe6 25. Ld3 Te8 26. Le4! -om de dame van de 7e rij af te krijgen- 26. .., Dc8 slaat het offer 27. Lxg6! door.
24. Le2 e5
Nu zwart zijn verdediging nog een beetje georganiseerd heeft zorgt deze zet dat Tc7 defensief mee gaat doen. Een meer passieve benadering was 24. .., Tg8. Na 25. Tg5! -dreigend Lxh5- heeft wit opnieuw een wurgslangtactiek door middel van 25. .., Dc8 26. Tf3 e6 27. dxe6 Lxe6 28. Ld3 Tg7 29. Tf6.
25. dxe6 Lxe6 26. Df6!
Een voortreffelijke zet. (The Master shows his skills). Het was erg verleidelijk om direct op h5 te offeren. Na 26. Lxh5 Txc4 27. Df6 De4 28. Lxg6+ fxg6 29. Tce3 Df5 30. Dxe6 Dxe6 21. Txe6 Txh4 is wit weinig opgeschoten en is zwart ‘back in business’. Met de tekstzet combineert wit het aanvalsidee van slaan op h5 met doorslaan op g6.
26. .., Lxc4
Laat een sterke afwikkeling toe. Een ander verdedigingsidee was om de zwarte dame in de verdediging te betrekken via e4. De dame staat in het centrum uiterst kwetsbaar. Dit blijkt uit: 27. Ld3 De1+ 28. Kh2 De5 -bewerkstelligt nog dameruil- 29. Lxg6+! Kh6 30. Dxe5 dxe5 ► 31. Ld3 Lxc4 32. Lf5 Td8 33. Tg5 b5 34. Le4. Dit soort eindspelletjes zijn een kolfje naar de hand van The Master.
27. Lxh5 De4
Ook na 27. .., Tg8 28. Lf3 Dc8 29. h5 wordt zwart onder de voet gelopen.
28. Txc4!
Schakelt zwarts belangrijkste verdediger uit. Wit laat zwart in het vervolg geen enkele kans meer.
28. .., Db1+ 29. Kh2 Txc4 30. Dxf7+ Kh8 31. Df6+ Kg8 32. Txg6+ Dxg6 33. Dxg6+ Kh8 34. Df6+ (1-0)
Een ijzersterke partij van Bernard. En dat voor een simultaan!
Bij de opening van het seizoen 2005-2006 was er een nieuwe gelegenheid om opnieuw de strijd met de clubkampioen aan te binden. Vooraf had ik nu maar eens bedacht om de bakens te verzetten en het anders te gaan doen na pogingen met
1. .., Pf6 en 1. .., d5. (Uitgaande van 1. d4 als beginzet). Dit was mede ingegeven door een eerdere partij tussen Bernard en Harrie Boerkamp. In deze partij kwam een aparte variant van het Hollands op het bord waarbij Bernard al snel in grote moeilijkheden kwam!
Bannink – Peerdeman
Simultaan Zoetermeer, 06-09-2005
1. d4 f5 2. Lg5
De zet uit de bovengenoemde partij. De partij krijgt meteen zijn eigen karakter.
2. .., Pf6
Zwart is bereid om een verzwakking van zijn pionnenstructuur te accepteren in ruil voor het loperpaar. Een scherpe speelwijze is hier 2. .., h6 3. Lh4 g5 4. e4 Lg7 5. Lg3. Het insluiten van de loper werkt nu niet na 5. .., f4 6. Lxf4 en 7. Dh5+.
In de reeds eerder vermelde partij tussen Bernard en Harrie Boerkamp speelde zwart 3. .., c5. Na 4. e3 Db6 5. dxc5 Db4+ verloor wit een stuk, maar won wel!
3. Lxf6 exf6 4. e3 d5 5. Pf3
Een andere opzet is om pion f5 direct aan te vallen door 5. Ld3 Le6 6. Df3 Dd7 7. Pe2 Pc6 8. a3 0-0-0
5. .., Ld6 6. g3?!
Wit verhindert f4 maar verzwakt daarmee zijn pionnenstelling onnodig. In
6. c4 of 6. Ld3 had hij 2 gezonde alternatieven.
6. .., 0-0
Een snelle voorbereiding van f4 pakt niet goed uit voor zwart na 6. .., De7 7. Lg2 f4 8. gxf4 Lxf4 9. Nh4!
7. Lg2 Le6 8. 0-0 Pd7 9. Pc3 c6
Beveiligt d5 en voorkomt een paarduitval naar b5 zodat Ld6 op zijn actieve post kan blijven.
10. Pe2 g5!
Ontneemt het witte paard het veld f4, maar is ook bedoeld om op termijn zelf f4 te spelen. Wit kan hieruit geen profijt trekken. Op 11. h4?! volgt h6 gevolgd door dezelfde damemanoeuvre als in de partij.
11. Dd2 De8 12. b3 Dh5 13. Tac1 Tae8
Completeert zwarts opbouw. Al zijn stukken staan nu klaar voor de aanval.
14. c4 f4!
Een interessant en sterk pionoffer dat wit voor allerlei moeilijke beslissingen stelt. Het ideale scenario voor een simultaan. Zwart schept extra ruimte voor zijn stukken, in het bijzonder voor de loper op e6.
15. exf4
Wit slaat met de e-pion om de koningsstelling intact te houden. Toch was slaan met de g-pion ook een optie: 15. gxf4 gxf4 16. Pxf4 16…Bxf4 17.exf4 Kh8 geeft zwart prettig spel, maar 16. exf4 (i.p.v. 16. Pxf4) 16. .., Bg4 17. Pg3 Dh6 18. Tce1 Lxf4 19. Db4 was wellicht beter. Zwart heeft dan wel volop actieve mogelijkheden. (En voelt zich daar wel prettig bij).
15. .., Lg4!
Een veelzijdige aanvalszet. Zwart activeert niet alleen zijn loper maar ook Te8. Daarnaast wordt de druk op f3 en indirect ook op e2 opgevoerd.
16. Dd3
Een gedwongen zet. De andere dekkingszet 16. Tc3 verliest snel na 16. .., Lb4
17. Dd3 Txe2 18. Dxe2 Lxc3.
16. .., gxf4 17. gxf4
Zoals uit de partij blijkt werkt het openkomen van de g-lijn in zwarts voordeel. Slaan met het paard door 17. Pxf4 was niet echt een alternatief. De g-lijn komt dan alsnog open. Na 17. .., Lxf4 18. gxf4 Kh8 19. cxd5 Tg8! 20. Tfe1 Lf5! is de zwarte aanval al niet meer te keren. Zo volgt op 21. Df1 Txg2+! 22. Dxg2 Tg8 23. Dxg8+ (23. Pg5 fxg5) 23. .., Kxg8.
Het nuchtere 17. cxd5 is waarschijnlijk het beste.
Een vervolg zou kunnen zijn: 17…cxd5 18. Pxf4 Lxf4 19. gxf4 Kh8 20. Tfe1 Lf5 21. Dd1 Dg4 (21.., Tg8 22. Txe8 Dxe8 23. Kh1 met iets beter spel voor wit) 22. Txe8 Txe8 23. h3 Dxf4 24. Dd2=; of 17.., fxg3 18. Pxg3 Dxd5 19. Pe5! De6 20. Pxg4 Dxg4 en opnieuw staat wit iets beter
17. .., Txe2!
Een kwaliteitsoffer waarmee het paard wordt uitgeschakeld, voordat het de kans heeft om naar g3 te komen.
18. Dxe2 Lxf4
Bindt het paard aan de dekking van h2. Zwarts lopers staan nu optimaal. Het terugwinnen van de kwaliteit op c1 is niet aan de orde. Zwart gaat rechtsreeks voor de koning.
19. h3?
Wits stelling was al zeer moeilijk, maar dit is niet de meest hardnekkige verdediging.
Zie hier het probleem voor de simultaangever. Het volledig doorgronden van de zwarte aanval en het vinden van een sluitende verdediging is een zeer moeilijk vraagstuk. De ruil van de verdedigende witte loper werkt nu in zwarts voordeel. Beter was 19. Tfe1. Hierop is 19.. , Lxh2+ aanlokkelijk, maar niet beslissend na:
20. Kf1 (20. Kh1 Kh8!-+) 20.., Pe5! 21. Tc3 (21. dxe5 fxe5-+) 21.., Pxf3 22. Txf3 (22. Lxf3 Dh3+) 22.., Lc7 23. Dd3 Lxf3 24. Dxf3 Dxf3 25. Lxf3 dxc4 26. bxc4=; De beste aanpak is een aanval over de g-lijn d.m.v. 19.., Kh8.
Na 20. Tc3 Tg8 (dreigt Lh3) zijn er 2 varianten:
A) 21. Kf1 Lh3 22. Ph4 Lxg2+ 23. Pxg2 Dxh2 24. Df3 (24. f3 Dh1+ 25. Kf2 Txg2#) 24.., Ld2 met duidelijk voordeel voor zwart
B) 21. h4 c5! (21.., Lh3 22. Pg5 Dxe2 23. Txe2 Lxg2 24. Kxg2 fxg5 25. cxd5 gxh4+ 26. Kh3 cxd5 opnieuw met duidelijk zwart voordeel) 22. Dd1 cxd4 23. Dxd4 Lxf3 24. Dxf4 Lxg2 25. Tg3 en zwart heeft voordeel.
19.., Lxh3 20. Lxh3 Dxh3 21. cxd5 Kh8 (0-1)
Hier gaf Bernard op. Het vervolg had nog kunnen zijn:
22. De6 Tg8+ 23. Dxg8+ Kxg8 24. Tc3 Lh2+ 25. Pxh2 Dxc3.
En zo ging ik (voor het eerst na een partij tegen Bernard) met een goed gevoel naar huis. Gewoontegetrouw liet ik Fritz ook meekijken naar de partij. Toen verscheen er ineens een opzienbarende 21e zet voor zwart. ►
Met 21.., Pe5!! had zwart een nog veel fraaiere uitvoering van hetzelfde idee in de partij. Het blokkeren van het veld e6 voor de witte dame is onmiddellijk beslissend. Wit gaat mat in alle varianten: 22. dxe5 (22. Tfe1 Kh8) 22…Kh8
Dit fraaie schouwspel verdient een diagram:
![]() |

